Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Luister de podcast

dinsdag 14 mei

Kijken in de spiegel van Psalm 1 (1)

De eerste Psalm in het Bijbelboek Psalmen leert ons meer over de twee wegen waarop het leven geleefd kan worden. Psalm 1 vormt de poort waardoor wij het boek Psalmen binnenlopen. Voor jou, als lezer van deze Psalm, wordt een schilderij zichtbaar dat de psalmdichter in woorden schildert. 

Aan de ene kant zien we iemand die Gods wet liefheeft en dag en nacht handelt en wandelt vanuit de bekoring van Gods Woord. Hij bloeit als een boom aan het water. Aan de andere kant zien we iemand die zichzelf liefheeft en die zit, staat en wandelt met hen die zonder God leven. Hij verwaait als kaf op de wind. De poort van het boek Psalmen geeft dus een doorkijk op vruchten en korenhalmen die rijpen voor de oogst. Bij de oogst zullen de vruchten en het afval definitief van elkaar gescheiden worden. 

Zalig

De man die de Heere vreest wordt door de psalmdichter ‘zalig’ genoemd. Dit wordt in het Hebreeuws weergegeven door een overtreffende trap: ‘welgelukzalig’. Het woord betekent: ‘diepgaand en duurzaam geluk’. Jezus gebruikt hetzelfde woord voor ‘zalig’, maar dan in het Grieks, in de Bergrede (Matth. 5:1-12). Ook de Psalmdichters gebruiken het woord geregeld, zoals in Psalm 32: ‘Welgelukzalig is hij, wiens overtreding vergeven, wiens zonde bedekt is.’

Het gaat om iemand die zich in een volmaakt gelukkige positie bevindt. Hij staat niet meer voor eigen rekening, maar gaat schuil achter de gerechtigheid van de enige volmaakt Rechtvaardige, Jezus Christus. Door genade wordt deze gelovige Zijn beeld steeds meer gelijkvormig. Dit blijkt vooral uit wat de man niet en wat hij wel doet. Hij is gegrepen door het Woord. Zijn concreet geleefde bestaan is daar een toonbeeld van. De Heilige Geest vormt en vernieuwd hem van binnenuit. 

Volzalig 

Dat kan dus blijkbaar: in dit leven een ‘zalige’ zijn. Kan jij je dit voorstellen? Dit betekent niet dat een christen na ontvangen genade geen zonde meer doet. We blijven zondaar tot onze laatste ademhaling. Als je echter geborgen bent in Christus, ziet de Heere je als iemand die ‘welgelukzalig’ is, vanwege het offer van Christus. In Hem ben je zalig. 

Tegelijkertijd word je hier op aarde steeds weer verleid tot zonde. Hoewel je dit niet meer wilt. Paulus zegt dat hij het goede wil doen, maar dat het kwade hem bijligt. Het goede dat hij wil, doet hij niet. Het kwade dat hij niet wil, dat doet hij. Dat is een worsteling!

De dichter van Psalm 1 laat zien dat iemand die genade vindt in Christus, steeds meer op Hem gaat lijken. Daar zorgt de Heilige Geest voor. Van binnenuit krijg je een groeiend verlangen om heilig te leven. Als een rechtvaardige, omdat je Gods geboden liefhebt. 

Luister deze blog als podcast

Lees verder over dit onderwerp