Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Luister de podcast

maandag 19 juli

Maar God! (2)

Je kunt een verhaal vertellen aan een dode, maar hij zal er niet door in beweging komen. Wie geestelijk dood is, bevindt zich in een ogenschijnlijk definitieve toestand. Daar komt geen beweging meer in. Althans, dat is volgens Paulus onze positie buiten Christus. Paulus gaat daarbij naast de Efeziërs zitten. Hij bevond zich eens in eenzelfde toestand. 

Leven

We kregen in Adam de gevolgen van ons gedrag. De straf op onze zonde in het paradijs was immers de dood. ‘Want de bezoldiging van de zonde is de dood.’ (Rom. 6: 23a) Wij poetsen dat op eigen kracht niet weg. Kan een luipaard zijn vlekken veranderen? Hoe zullen zij die gewend zijn kwaad te doen, goed doen? (Jer. 13: 23). 

Wat dit nu concreet betekent, kunnen we ons maar moeilijk voorstellen. Wellicht helpt het beeld dat de Heere Jezus ervan schetst in de gelijkenis van de verloren zoon. Als deze jongen terugkeert blijkt zijn Vader op de uitkijk te staan. Hij omhelst hem en doorbreekt zijn schuldbelijdenis met woorden van vreugde en ontferming.

Vervolgens klinkt tot twee keer toe uit de mond van de vader wat de positie van de zoon eerst was, toen deze vertrok en in een ver land verbleef en wat deze nu is. ‘Want deze mijn zoon was dood, en is weer levend geworden; en hij was verloren, en is gevonden! En zij begonnen vrolijk te zijn.’ (Luk. 15: 24) en even later zegt hij tegen de broer van die jongen: ‘Men behoorde dan vrolijk en blijde te zijn; want deze uw broeder was dood, en is weer levend geworden; en hij was verloren, en is gevonden.’ (Luk. 15: 32). 

Verzoening

Het ‘maar God’ in de wereldgeschiedenis wordt zichtbaar in de kribbe en aan het kruis van Christus. Hij plaatste deze in de van Hem afgevallen wereld. Als twee lichtbakens in het donker. Daar zien we de wijzen uit het Oosten door de knieën gaan en Hem aanbidden. Daar zien we de Romeinse centurio onder aan het kruis het hoofd buigen en belijden; dit was Gods Zoon. Daar knielt een levend gemaakte christen naast hen neer met de belijdenis: ‘Heere, ik dacht dat het van mijn kant moest komen, maar U bent reeds gekomen.’ 

Daar besterft de vraag of je er recht op hebt, op de lippen. Want er is geen recht in jou. Daar sterft de gedachte dat je van nu en voortaan enkel goed zult doen, omdat je beseft dat uit jou geen goed komt in eeuwigheid. Daar verlies jij je aan Christus en verzink je in Zijn offerbloed. Schuilend in Zijn wonden. 

In onze doodsheid komt de Heere met Zijn genadegift, het leven. 

  • ‘Want de bezoldiging van de zonde is de dood, maar de genadegift Gods is het eeuwige leven, door Jezus Christus, onze Heere.’ (Romeinen 6:23)
  • ‘Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Die Mijn woord hoort, en gelooft Hem, Die Mij gezonden heeft, die heeft het eeuwige leven, en komt niet in de verdoemenis, maar is uit de dood overgegaan in het leven.’ (Johannes 5:24)

Als je goed luistert naar de bidders in de Psalmen, hoor je dat gered worden door genade het tegenovergestelde is van gered worden vanwege verdienste. Ps. 130: 2-5: ‘HEERE! hoor naar mijn stem; laat Uw oren opmerkende zijn op de stem mijner smekingen. Zo Gij, HEERE! de ongerechtigheden gadeslaat; HEERE! wie zal bestaan? Maar bij U is vergeving, opdat Gij gevreesd wordt. Ik verwacht den HEERE; mijn ziel verwacht, en ik hoop op Zijn Woord.’ 

Levend met Christus

Paulus toont aan dat wie genade ontvangt, levend wordt gemaakt met Christus. Hij gebruikt hier een combinatie van werkwoorden: ‘levend maken, doen leven’ wordt samengevoegd met ‘mede, samen met’. Hier blijkt dat het opstaan van Christus ook opstaan met Christus betekent. Met dat Hij voor anderen de doodstraf onderging, is Hij met anderen uit de dood opgestaan. 

Dat Christus uit de doden is opgewekt heeft Paulus reeds betoogd in EF. 1: 20: ‘Die Hij gewerkt heeft in Christus, toen Hij Hem uit de doden heeft opgewekt; en heeft Hem gezet aan Zijn rechterhand in de hemel.’ 

De doodstraf is voldaan voor hen die in Christus zijn, omdat er reeds Eén de dood is ingegaan en die heeft overwonnen. ‘En worden om niet gerechtvaardigd, uit Zijn genade, door de verlossing, die in Christus Jezus is.’ (Rom. 3: 24) Het stervende Tarwezaad, Christus, heeft vrucht voortgebracht. Door de dood heen, het leven. 

Luister deze blog als podcast

Lees verder over dit onderwerp

Navolgers van God (3)

De reuk van de offers in het Oude Testament ging op tot God. We zien dat bij het offer van Noach, na de zondvloed. ‘En...

Navolgers van God (2)

Als Paulus in Efeze 5: 2 zegt dat christenen moeten wandelen in de liefde, is dat niet een zelf opgeklopte liefde. Het...