Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Luister de podcast

maandag 30 mei

Navolgers van God (1)

Kinderen doen graag na, dat zien we al als ze klein zijn. Zij leren door te kijken, te voelen, te luisteren. Kinderen zijn imitators, ze willen graag op hun ouders lijken. Althans, als ze jong zijn. 

Imitators

‘Wees dan navolgers Gods’, houdt Paulus in Efeze 5 de gemeente voor. Navolgers, mimetes. In het Engels kun je dit vertalen met ‘Become imitators of God’. Als je iemand imiteert, dan doe je precies zoals hij doet. Dat herken je dan ook, als je ziet dat iemand wordt nagedaan. Wie een navolger is, gaat de trekken vertonen van degene die hij volgt. Navolgers Gods zijn dus mensen die de trekken van God vertonen. 

God deelt en deelt niet

Het is niet zo dat we God in alles kunnen imiteren. Je weet vanuit de catechese nog wel dat er sprake is van mededeelbare eigenschappen en niet mededeelbare eigenschappen. Laten we met de laatste beginnen. God is alomtegenwoordig, kan jij dat zijn? Nee. God is eeuwig, kan jij dat zijn? Nee. Dit zijn niet mededeelbare eigenschappen. Hij laat anderen er niet in delen. 

Waar Hij echter wel in laat delen zijn eigenschappen zoals Zijn heiligheid. Hij zegt immers: wees heilig, want Ik ben heilig. De Heere stuwt dus door Zijn Geest deze eigenschappen in hen die Hem liefhebben voort: Zijn liefde, genade, barmhartigheid, etc. Daarbij zet de Heere hoog in: ‘Weest dan gijlieden volmaakt, gelijk uw Vader, Die in de hemelen is, volmaakt is.’ (Matt. 5: 48).  

Naar elkaar of naar boven kijken?

Het ligt in onze natuur om rondom te kijken op deze wereld en de mensen na te volgen in wat zij doen. Dan nemen we onze omgeving als uitgangspunt voor ons denken. We zijn dan imitators van de wereld om ons heen. Daarvoor hoef je enkel maar om je heen te kijken. Dat is de weg van de minste weerstand. Worden als zij die om je heen zijn, dat is een kwestie van je laten meevoeren op de golfslag van de heersende cultuur. In wat je doet, wat je kijkt, wat je zegt, wat je boeit. Paulus stelt echter dat wie een navolger van God is geworden niet de omgeving als uitgangspunt neemt, maar de blik omhoog richt. Mag ik je vragen wat jouw eerste beweging is? Wat zullen de mensen zeggen van wat ik doen zal; of Heere wat wilt U dat ik doen zal? 

Daar spant het. Het was bij Efeze goed begonnen. In de Handelingen lezen we dat Paulus een ruimte huurde om twee jaar lang onderwijs te geven in Efeze. Waarschijnlijk elke dag een aantal uren gedurende de siësta. Men had zich ondergedompeld in het Bijbels onderwijs. Wat zegt de Heere dat wij doen zullen? Dat kenmerkte hun eerste liefde. Een geheel gericht zijn op de Bijbel. Ze leerden omhoogkijken, in plaats van eerst om zich heen te kijken. Johannes klaagt echter in zijn brief aan de Efeziërs in Openbaringen dat er iets mis is gegaan. Zij hebben goed oog gehouden op de leer, daar prijst hij hen in. Maar zij hebben hun eerste liefde verlaten (Op. 2: 4). Johannes waarschuwt hen, als zij niet teruggaan naar de eerste werken, dus luisteren naar Bijbels onderwijs en gebed, dan zal de Heere de kandelaar wegnemen. 

Afleggen

De oproep tot navolging van God klinkt in Efeze 5 nadat Paulus de Efeziërs in het vorige hoofdstuk heeft opgeroepen om niet meer te wandelen zoals de heidenen, in de ijdelheid van hun gemoed (4: 17). Zij leven vervreemd van God en geven zich daarom over aan allerlei zonden. Men dient de oude mens af te leggen met alle verleidingen die daarbij horen (4: 22) en de nieuwe mens aan te doen, tot rechtvaardigheid en heiligheid. 

Daarbij dringt zich echter wel een vraag aan ons op. Hoe zou dit kunnen? De Efeziërs leven in een heidense omgeving en zijn continu omgeven door allerlei verleidingen. Hoe kun je nu aan mensen vragen om in alles te leven zoals God het voor ogen heeft, terwijl de duivel aan je trekt en tot verleiding aanzet? Is Paulus hier wel reëel? Vraagt hij niet iets van de Efeziërs wat helemaal niet kan? Hoe kan men leven als één bij wie in alles blijkt dat hij leeft in navolging van God? Onderschat Paulus hier de kracht van de zonde? Nee, Paulus onderschat de kracht van de zonde nergens. 

Kinderen

Paulus spreekt niet tot navolgers, die vanwege hun inspanningen heilig zijn. Nee, hij spreekt hen aan als geliefde kinderen, dankzij het vernieuwende werk van de Heilige Geest. ‘Zijt dan navolgers Gods, als geliefde kinderen.’ Ze zijn van dood levend gemaakt, zo blijkt in Efeze 2. ‘Die ons te voren verordineerd heeft tot aanneming tot kinderen, door Jezus Christus, in Zichzelven, naar het welbehagen van Zijn wil.’ (Ef. 1: 5-6) In Christus zijn zij adoptiekinderen. Aangenomen kinderen. In Christus zijn zij, wat zij uit zichzelf niet zijn. Daaruit volgt onmiskenbaar het volgende: ‘Zij die Hem volgen zijn Zijn kinderen, zij die Zijn kinderen zijn, volgen Hem’ (Baynes). 

Luister deze blog als podcast

Lees verder over dit onderwerp

De wijnstok en de ranken (2)

Jezus zegt: ‘Blijf in Mij, en Ik in u.’ Hoe moeten we dit lezen? Is dit voorwaardelijk? Als je in Mijn blijft…dan… Is...

De wijnstok en de ranken (1)

Ik ben de ware wijnstok. Dit betreft de zevende ‘Ik-ben’ uitspraak van Jezus en daarmee de laatste in het Evangelie...