Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Luister de podcast

maandag 14 februari

Niet langer onvervuld leven

De Prediker bekijkt het leven van ‘onder de zon’. Dat is een terugkerend refrein in het boek Prediker. Hij bekijkt het dus niet allereerst vanuit God, maar allereerst van onder de zon. Dus hij gaat als het ware naast ons zitten en wijst rond. Hij toont ons het wereldgebeuren, heel het bonte leven. 

Onder de zon

De prediker die we ontmoeten in het boek Prediker is een reëel mens. Hij is best bereid zich ergens voor in te spannen, maar het moet wel wat opleveren. Te midden van heel het voort wentelende wereldgebeuren vraagt hij zich af wat werkelijk winst, voordeel, meerwaarde heeft. Wat werkelijk iets toevoegt. Zo klinkt zijn vraag in Prediker 1: 3: ‘Wat voordeel heeft de mens van al zijn arbeid, die hij arbeid onder de zon. Wat levert al dat bezig zijn nu op? 

Zijn conclusie heeft hij echter reeds gegeven. Het is ‘ijdelheid’. Zo klinkt het in Prediker 1: 2 en in 12: 8. ‘IJdelheid der ijdelheden zegt de prediker, het is al ijdelheid’. Dat woord betekent letterlijk ‘damp’. Het is als een wolkje uit je mond in de winter. Vluchtig, krachteloos, nietig. 

In het gedicht dat volgt in Prediker 1 werkt hij dit uit. In de verzen 4-7 ziet hij het vergankelijke, het voorbijgaande, de cirkelwerking, van de natuur. In de verzen 8-11 ziet hij deze zelfde voortgaande beweging onder de mensen, de cirkelgang van de tijd. Alles gaat door, alles verandert. Toch is het steeds weer hetzelfde. 

Natuur

De Prediker werkt dit allereerst uit aan de hand van de natuur. De ene generatie gaat, de andere komt op. Maar de aarde blijft bestaan. De zon komt op, de zon gaat onder, als in een cirkelgang. Het water komt uit de lucht, van de bergen, het vloeit naar de zee. Maar de zee raakt niet vol. Het verdampt en wordt weer tot regen. Een cirkelgang. 

Mensen 

Onder de mensen is het niet veel anders. Wat er geweest is, zal er weer zijn. Wat er gedaan is, zal opnieuw gedaan worden. Er is niets nieuws onder de zon. Wij denken nieuwe dingen te zien, maar wie oplet, ziet herhaling. In een andere gedaante, in een ander gewaad. Maar het keert terug. Voorspoed, rijkdom, hoogstaande culturen; afgewisseld met ontwrichting.

Zien

De Prediker bekijkt het leven door de lens van Romeinen 8: 20: ‘Want het schepsel is der ijdelheid onderworpen, niet gewillig, maar om diens wil, die het der ijdelheid onderworpen heeft’. Sinds onze val in Genesis 3 zijn we doelmissers. Het leven dat een diepe vervulling kende, is een leven vol vragen geworden. Het leven waarin alles richting kreeg met het oog op God, mist nu zijn doel. Ondertussen wordt het oog niet verzadigd, van zien; het oor niet vervuld van het horen. ‘We worden wat we kijken’ (Tony Reinke)

Wij mensen leven in contrast met de rest van de schepping, die God eer toebrengt: ‘De hemelen vertellen Gods eer, en het uitspansel verkondigt Zijner handen werk.’ (Ps. 19: 2). Heel de schepping toont de Schepper, brengt lof toe aan de Schepper. Elke vogel die fluit, elke mier die verzamelt, elke bij die ons honing schenkt, doet dat met het oog op de Schepper. 

Doorbroken

Toch laat de Heere ons niet voor wat we zijn geworden. Terwijl de duivel onophoudelijk zijn pijlen afvuurt om hen die in zijn macht zijn bezig te houden, breidt Christus Zijn Koninkrijk uit. Christus heeft de stroom van de tijd doorbroken. Hij is in deze wereld ingegaan. Trouw aan Zijn belofte, trouw aan Zijn goedertierenheid; en dat ten opzichte van een ontrouw volk. 

De eeuw waarin de overste van de boosheden van de lucht overwinnaar leek, is door Hem opengebroken. Hij heeft de schijnbare uitzichtloosheid als gevolg van de zonde doorbroken, door de belofte en vervulling van Zijn komst. Christus is in dit wereldgebeuren afgedaald en heeft de satan, zonde, dood en duivel overwonnen. Hij liet Zich aan een kruis nagelen in een wereld verloren in schuld, om de schuld op de zonden te dragen. Om de straf die wij verdienden te verzoenen. Opdat wij mensen met Paulus leren zeggen: ‘Ik ben met Christus gekruist; en ik leef, doch niet meer ik, maar Christus leeft in mij; en hetgeen ik nu in het vlees leef, dat leef ik door het geloof des Zoons van God, Die mij liefgehad heeft, en Zichzelven voor mij overgegeven heeft.’ (Gal. 2: 20)

Luister deze blog als podcast

Lees verder over dit onderwerp

Terug naar God (3)

De Heere neemt redenen uit Zichzelf om lief te hebben. Niet het gedrag van het kind vormt de aanleiding voor Vaders...

Terug naar God (2)

Uit Efraïms’ mond klinkt: ‘Bekeer mij, zo zal ik bekeerd zijn, want U bent de Heere, mijn God!’ Het grondwoord dat...

Terug naar God (1)

Wie de profetieën van Jeremia op zich in laat werken hoort hoe opstandig het volk Israël was. Als bekering uitblijft,...