Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Luister de podcast

maandag 12 december

Omgang met God in Zijn huis (3)

Vogels hadden een vrije toegang tot Gods huis, wellicht in tegenstelling tot de dichter die zich veraf bevond. Zij konden in en uitvliegen, zo vaak zij maar wilden. De dichter van Psalm 84 ziet dat zelfs zij een plekje hebben onder Gods vleugels. 

Mus

De dichter van Psalm 84 maakt een vergelijking die we allemaal kunnen volgen. Hij denkt aan de mussen en de zwaluwen in het heiligdom. Het woord dat hier vertaald wordt met mus, wordt ook wel gebruikt voor vogels in het algemeen. Sommige vertalers kiezen voor duif, in plaats van voor zwaluw. Al deze aanduidingen hebben echter één ding gemeen. Het zijn geen sterke, krachtige dieren die in staat zijn tot zelfverdediging. Waar de roofvogel zich een prooi verschaft en de arend zich boven alles verheft, daar blijken deze vogels daarentegen kwetsbare dieren. En toch, de dichter ziet dat de Heere oog voor hen heeft. Hij vergelijkt zich met hen. Als een mus, als een zwaluw, dicht te leven bij het altaar van de Heere. Daar nestelen zij. Zij zijn thuis in de aanwezigheid van de Heere, in het heiligdom.

Als je de Heere werkelijk liefhebt, gaat het je niet om de positie die je bekleedt in Gods huis. Niet om de functies die je hebt of het werk dat je doet voor de voortgang van de eredienst. Nee, al zou je er als een op het eerste oog nutteloze mus wat rondpikken en als een zwaluw je nest bouwen, dan nog is het beter dan overal elders. Dichtbij het altaar, de plaats van verzoening. Voor de dichter zou dat trouwens ook genoeg zijn. 

Mijn Koning en mijn God

Dan horen we dat de dichter de Heere aanspreekt in Wie en hoe Hij is. De gelovige pleit op Gods verbondsbeloften. ‘Mijn Heere en mijn God’. Daarin ligt meer troost dan in alle menselijke hulp samen. Hij spreekt niet over een onbekende God. Het is niet als Naäman die ver van God was, maar Zijn kracht nog moest gaan ervaren. Daar dan ook sceptisch over was, toen hij een vreemd advies kreeg van de profeet. Nee, de dichter spreekt over de voor hem bekende Koning en God. Beter gezegd: ‘Mijn Koning en mijn God’. 

Hier moet het toe komen. Dat we niet langer spreken over ‘de’ Heere, of ‘de’ Heere Jezus. Niet langer over God, HEERE en Heiland als werkelijkheden die we als zodanig wel belijden, maar verder geen betekenis voor ons hebben. Niet langer alleen de God van oma, van je werkgever, of van de dominee. Nee, ‘mijn Koning en mijn God’. Dan is Hij heer en meester over heel je leven. Er ligt de belijdenis in dat alles Hem toebehoort. In deze woorden schuilt de vreugde van het dienaar zijn, van het kind zijn, van het geborgen zijn in de genade van Christus. Dat leert de Heere ons om Christus’ wil zeggen: ‘Mijn Koning en mijn God.’ 

Thuis

Welgelukzalig, volzalig, werkelijk gelukkig dat ben je als je daar woont. Waar? In Gods huis. Denk aan de priesters en levieten die daar heel hun leven, of een periode in het jaar dienden. Denk aan de kinderen van Korach, die als kosters en zangers dienden in het heiligdom. Het zal je dagelijks werk zijn! Dichtbij de Heere te zijn. Zoals die vogels, dichtbij het altaar. Dichtbij de verkondiging van Gods genade, in de offers. Ik voor jou, daar jij anders, de eeuwige dood zou moeten sterven. Wie het mee uit mocht roepen: Mijn Koning en mijn God! Die herkent ook het verlangen nabij God te zijn.

Emigrant of thuis

Wie de Heere loslaat, wordt als een emigrant in een vreemd land. Want diep weggestopt besef je besef dat de Heere recht heeft op je leven, op de omgang met Hem. Zoals iemand eens zei: elke zondag voel ik mij schuldig, als ik weer thuisblijf en de kerk laat voor wat het is. 

De ernstige realiteit is dat het spoor bij jou doodloopt. De beslissing die jij op zondag maakt, raakt ook je kinderen en kleinkinderen. Want de schat wordt niet meer doorgegeven aan een volgende generatie. Wees je als jongere bewust dat een relatie met een onkerkelijk iemand een bijzonder hoog risico van kerkverlating in zich draagt. 

De dienst aan de Heere gaat niet buiten Zijn huis om. Dit is de plaats waar de Heere spreekt, leidt en richting geeft. Hier in Gods huis wil Hij gediend zijn. Hier laat Hij zich ontmoeten, in het offer van Zijn Zoon. Hier verzoent Hij zondaren met Zichzelf, voor eeuwig. 

Luister deze blog als podcast

Lees verder over dit onderwerp

De Heere baant Zich een weg (2)

‘En de heerlijkheid van de HEERE zal geopenbaard worden.’ (Jes. 40: 5a)  De engelen wisten al van Gods...

De Heere baant Zich een weg (1)

‘Troost, troost Mijn zal uw God zeggen.’ (Jes. 40: 1) Het klonk daar als een opdracht en in meervoud. In Jes. 40: 3...

Troost, troost Mijn volk (2)

Laat het een tedere manier van spreken zijn, als je gaat troosten. Zo luidt de opdracht van de Heere in Jesaja 40:...