Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Luister de podcast

maandag 15 februari

Rachab neemt de toevlucht tot de God van Israël (1)

De herinnering aan de doortocht door de rode zee is nog levend bij de Kanaänieten. Dat merken twee verspieders als zij door Jozua vooruitgestuurd werden om het land en Jericho te verkennen. Rachab vertelt hen dat de harten van haar stadsgenoten ‘versmelten’ . 

Naderend onheil

Het volk Israël ligt voor de Jordaan. De bewoners van Jericho zien hen als een dreigend gevaar. Men is bang, zoals de Heere door middel van Mozes voorzegde (Deut. 11: 25). De uitwerking van die angst verschilt. Alleen de hoer Rachab neemt te midden van die omstandigheden de toevlucht tot de God van Israël. 

Op het moment dat Rachab de mannen die haar herberg inkomen, herkent als verspieders van Israël, moet zij een keuze maken. Zij beseft dat als dit ontdekt werd, haar levenseinde nadert. In één van de teksten uit die dagen schreef men: ‘Als in het huis van een herbergierster misdadigers zijn en zij die niet grijpt en uitlevert aan het hof, zal die herbergierster gedood worden.’ Welnu, hier zijn er twee. Wat staat haar te doen? Uitleveren die mannen! Maar zij doet het niet. Integendeel. Als de boden van de koning zij bij haar melden om de mannen op te eisen, ontkent zij hun aanwezigheid. Zij verbergt hen onder het vlas op haar dak. 

Daar op het dak klinkt geloofstaal. ‘Want de HEERE, ulieder God, is een God boven in de hemel en beneden op de aarde.’  De heidense hoer Rachab belijdt de Naam van Jahweh. We zien hier niet het gedrag van Delila die Simson uitlevert om haar eigen hachje te redden, maar van Ruth die de God van Israël belijdt om Wie Hij is. Rachab breekt hier met de afgoden, met haar volk, met haar geschiedenis. Zij strekt zich uit naar de God van Israël. Geloof in de kiem, ook al is het nog zo klein, belijdt de HEERE om Wie Hij is. 

Geloof

Waaruit blijkt het geloof van Rachab? Wellicht blijkt dat allereerst door wat zij niet doet, maar uit wat haar stadsgenoten doen. Jericho beeft, maar daar blijft het bij. Men zou zich straks verschansen. De poorten dichthouden. Het werd hun ondergang. Zij hadden oog voor wat er kwam en versmolten erbij, maar kregen geen oog voor wie de HEERE werkelijk is. 

Dat is bij Rachab anders. Zij ziet door het naderende oordeel heen op de God die daarachter schuilgaat. De HEERE. Geloof vlucht, om het met Luther te zeggen, van God tot God. Dan zoeken we geen redding bij onszelf, verschansen we ons niet achter van alles en nog wat, maar is er de uitgaande beweging naar de Heere. Gewerkt door de Heilige Geest. Onze onwaardigheid beseffend, kunnen we toch nergens anders de toevlucht nemen dan tot de HEERE. ‘Door het geloof is Rachab, de hoer, niet omgekomen met de ongehoorzamen, toen zij de verspieders met vrede had ontvangen.’ (Hebr. 11: 31)

Goedertierenheid

Rachab beseft dat heel haar volk onder zal gaan. Maar het geloof blikt door het oordeel heen, tot op Hem bij wie ontferming is. Daarom doet zij een beroep op Hem. ‘Zweert mij toch bij de HEERE’. 

Met de zekerheid van iemand die weet tot Wie zij spreekt, pleit Rachab. Zij beseft dat achter de verspieders de gestalte van de Heere schuilgaat. Zij spreekt Hem aan op Zijn goedertierenheid. Hoe de Heere redding geeft, dat weet zij niet. Dat het bij Hem kan, staat vast. Daarom laat ze de mannen een eed doen en vraagt hen om een waarteken. 

Hier wordt zichtbaar dat daar waar een ongelovige geen enkel middel tot behoud ziet, de gelovige zich werpt op de reddingsboei van Gods ontferming. Rachab zag de hand van de Heere in de omstandigheden. Zij hoorde spreken over wat Hij deed. Tot Hem neemt zij de toevlucht. Hij hoort en verhoort. 

Luister deze blog als podcast

Lees verder over dit onderwerp

Gods heerlijkheid zien (2)

De heerlijkheid van God duidt op Zijn voortdurende aanwezigheid. Deze heerlijkheid van God zal opgaan, belooft Jesaja....

Twee mannen brengen een offer (2)

Kaïn en Abel hebben bij het offeren ervaren dat de Heere het offer aannam bij Abel en niet aannam bij Kaïn. Hoe? Dat...