Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Luister de podcast

donderdag 6 januari

Twee mannen brengen een offer (2)

Kaïn en Abel hebben bij het offeren ervaren dat de Heere het offer aannam bij Abel en niet aannam bij Kaïn. Hoe? Dat is ons niet bekend. Feit is dat ze het ervoeren, want Kaïn reageert als door een wesp gestoken. Hij werd boos.

Waarschuwing

De Heere peilt de boosheid die schuilgaat achter Kaïns betrokken gezicht.  Hij spreekt hem aan. Waarom word je driftig en is je gelaat betrokken? Wanneer je het goede doet, is er volgens de Heere aanvaarding van het offer. Zo niet, dan ligt het hart open voor zonde en verleiding. 

De zonde is als een dier dat voor je deur ligt zo blijkt hier, wachtend tot het moment om toe te slaan. Als een duivel die je probeert te pakken op het daarvoor gelegen moment. Denk aan 1 Petr. 5: 8, waar de apostel oproept om nuchter te zijn en te waken. ‘Want uw tegenpartij, de duivel, gaat om als een briesende leeuw, zoekende, wie hij zou mogen verslinden.’ De zonde, de duivel, heeft een dodende kracht in zich. Het is een verblindende kracht die je in vervoering brengt en verslindt. De duivel werkt altijd weer splitsend, verbrekend, dodend. 

Kaïn wordt door de Heere ernstig gewaarschuwd. Ga op dit pad niet door, want het wordt je ondergang. Keer terug tot de Heere, met heel je hart! Richt je niet op het wantrouwen wat de duivel heeft ingefluisterd ten opzichte van de Heere. Trek Zijn bedoelingen niet langer in twijfel. Keer terug tot je Schepper. Het is alsof de Heere wil zeggen: je ziet wat het je ouders gebracht heeft, dat luisteren naar de duivel. Houd er toch mee op. Keer terug tot Mij. 

Nog verder weg

In het paradijs was er een open toegang tot de Heere. Men ging met Hem om. Zijn aanwezigheid ruiste door de boomtoppen. Sinds de val kon men niet meer zo rechtstreeks tot Hem komen. Het offer was een manier om omgang met de Heere te zoeken. Wat we bij Kaïn echter zien gebeuren, is dat de afstand tot de Heere alleen maar toeneemt. Hij buigt niet, maar doet het tegendeel. Hij doodt in zijn boosheid zijn broer en vlucht daarna weg, verder naar het oosten. Weg bij God vandaan. Het ongeloof en daarmee de zonden, de duivel; het heerst over hem. Hij wordt erdoor geregeerd. Hij bevindt zich in het duister. Van God los. 

Wat een aangrijpend beeld. Een man die met armenvol bij het altaar kwam, om de Heere te offeren, blijkt een man te zijn die straks ronddoolt als een vluchteling bij God vandaan. Waarbij de angst zijn deel zal zijn. We zien dat hij straks de eerste is die een stad gaat bouwen. Beschermingsmuren op gaat trekken. Waar de duisternis is, daar is de angst. Boosheid ten opzichte van God en angst ten opzichte van mensen. 

Er loopt een grote scheiding door de wereld. Tussen de kinderen van de duisternis en de kinderen van het Licht. Waar komt die scheiding aan het licht? Niet door te zien wat voor ogen is. Want beiden steken een hand in de collectezak, beiden maken hun bijdrage over. Het komt aan het licht voor het aangezicht van God. Kenteken is liefde tot God en tot de naaste.

Offer

Christus is ons geopenbaard in het vlees. Hij is gekomen. Hij heeft Zich laten offeren. ‘Maar Christus, de Hogepriester der toekomende goederen, gekomen zijnde, is door den meerderen en volmaakten tabernakel, niet met handen gemaakt, dat is, niet van dit maaksel, Noch door het bloed der bokken en kalveren, maar door Zijn eigen bloed, eenmaal ingegaan in het heiligdom, een eeuwige verlossing teweeggebracht hebbende.’ (Hebr. 9: 11-12)

Wie dat beseft, die verwacht toch niet dat zijn eigen offer meeweegt in de prijs die betaald diende te worden? Nee, wie dat beseft, komt in geloof en met schuldbelijdenis. Buigend bij het Offer, Christus. 

Genade doet dienen. Zoals Paulus als een drankoffer geofferd wilde worden. Hij legt als het ware zijn hele leven op het altaar. ‘Ja, indien ik ook tot een drankoffer geofferd worde over de offerande en bediening uws geloofs, zo verblijde ik mij, en verblijde mij met u allen.’ (Fil. 2: 17). 

Luister deze blog als podcast

Lees verder over dit onderwerp

De wijnstok en de ranken (1)

Ik ben de ware wijnstok. Dit betreft de zevende ‘Ik-ben’ uitspraak van Jezus en daarmee de laatste in het Evangelie...