Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Luister de podcast

woensdag 28 juli

Waar staat je altaar? (2)

Een uitlegger vergeleek hen die de omgang met de Heere zochten in het Oude en Nieuwe Testament met twee koren. Het ene deel bevat de Oud Testamentische heiligen, die zongen in de verwachting van Christus komst, lijden en heerlijkheid. ‘Abraham, uw vader, heeft met verheuging verlangd, opdat hij Mijn dag zien zou; en hij heeft hem gezien, en is verblijd geweest.’ (Joh. 8: 56). De zangers van het Nieuwe Testament blikken terug in herinnering aan Zijn leven, dood, opstanding en verschijning. Zij verwachten Zijn wederkomst.

Aanroepen van de Heere

Mensen begonnen in de dagen van Seth de Naam van de HEERE aan te roepen (Gen. 4: 26). We zien dat Abram in Genesis 12: 5-9 een spoor van altaren achterlaat in het landschap en daarbij de Naam van de Heere aanroept. Daarbij zocht men gemeenschap met de Heere; ten aanzien van Zijn beloften voor de toekomst, maar ook ten aanzien van praktische dingen in het leven. 

Abram roept de Naam van de HEERE aan bij een altaar. Gemeenschap met God oefenen is onmogelijk, dan alleen via het altaar, via het offer. Het offerdier wijst vooruit naar Christus. Wij komen niet met wat wij inbrengen tot behoud bij het altaar, maar alles richt zich op de door God gegeven belofte. Zojuist vernieuwde de Heere Zijn belofte aan Abram, daar mag de aartsvader op pleiten. Hij klampt Zich vast aan Gods verbondsbelofte. 

Bidden betekent dat we de Naam van de HEERE aanroepen in lofprijzing. Omdat we Hem erkennen in Wie Hij is. Tegelijkertijd is daar het gebed in afhankelijkheid: Heere, ontferm U over mij, een zondig mens. Alleen vanwege het offer van Christus is gebed mogelijk. Christus vormt de toegang tot het Vaderhart. Hij is de Weg, tot God. 

Geloof

Het aanroepen van de Heere onderweg, gebeurt in een land waarin we als vreemdeling verkeren en blijkt zo vaak een roep vanuit de eenzaamheid. Veel beproevingen zijn het deel van hen die de Heere leerden volgen. Dat gold voor Abram, dat geldt ook voor christenen vandaag. Maar door de beproevingen heen vormt de Heere de Zijnen. Waarbij wij verliezen leiden, niet in het minst als het gaat om wat wij verwachten van onze eigen inspanningen. Om leeggeschud en toch vol verwachting, de Naam van de Heere aan te roepen te midden van de woestijn. Te midden van het beloofde land. Met de echo van de belofte in de oren en de alles weersprekende realiteit voor ogen. Hoe hier doorheen te zien? Door U alleen, Die mij eens het vergezicht gaf. Geef mij ogen van het geloof, opdat Ik op U zie en van daaruit de omstandigheden in ogenschouw neem. Opdat ik werkelijk zie wat U ziet. 

De Heere houdt met Zijn beloften de lange termijn op het oog, de generaties die volgen. Profetie en vervulling, dat is het patroon waardoor de Heere werkt. Dat betekent soms lang wachten. Maar op zijn tijd schenkt Hij de vervulling.

Genade

Het aanroepen van de Naam van de HEERE is kenmerkend voor wie met de Heere leeft, of voor het eerst leert buigen. De Schrift toont dat ieder die de Naam van de HEERE aanroept zal behouden worden (Joël 2: 32, Hand. 2: 21, Rom. 10: 13). Hier stemt het koor uit het Nieuwe Testament in met het koor van het Oude Testament. Wie beseft schuldig te staan voor God, roept Hem aan in Christus tot behoud. 

  • En het zal geschieden, al wie den Naam des HEEREN zal aanroepen, zal behouden worden (Joël 2: 32)
  • En het zal zijn, dat een iegelijk, die den Naam des Heeren zal aanroepen, zalig zal worden. (Hand 2: 21)
  • Want een iegelijk, die den Naam des Heeren zal aanroepen, zal zalig worden. (Rom. 10: 13)

In het Nieuwe Testament toont de Heere de vervulling van Zijn belofte, in de gave van Zijn Zoon. Christus offerde zich op tot verzoening van schuldige zondaren. Hij liet Zich in de dood storten, om daaruit op te staan. Waarbij Hij de rechtvaardige straf droeg, hoewel onschuldig. Hij heeft het volbracht.

Wie van het spreken van de Heere weet, kent als Abram altaar-plaatsen in het dagelijks leven. Plekken waar je klein en ootmoedig komt voor het aangezicht van de Heere. Zijn Naam aanroept. Beseft te moeten schuilen bij het altaar, bij het offer. Waar Hij Zich om Christus’ wil laat ontmoeten. 

Luister deze blog als podcast

Lees verder over dit onderwerp

Navolgers van God (3)

De reuk van de offers in het Oude Testament ging op tot God. We zien dat bij het offer van Noach, na de zondvloed. ‘En...

Navolgers van God (2)

Als Paulus in Efeze 5: 2 zegt dat christenen moeten wandelen in de liefde, is dat niet een zelf opgeklopte liefde. Het...