Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Luister de podcast

woensdag 3 januari

Altijd weer dat kruis (1)

Waarom toch altijd weer dat kruis? Misschien is die gedachte je wel eens bekropen. Dat er vanaf de kansel een aantal goede adviezen gegeven worden voor een christelijke levensstijl, daar kun je mee leven. Dat het christelijk geloof iets kost, vindt je begrijpelijk. Dat de samenleving er andere vormen van geloof op nahoudt, ook daar kun je mee leven. We kunnen immers niet allemaal hetzelfde denken. Maar waarom moet het binnen het christendom altijd weer gaan over het kruis van Christus? Je zou jezelf de vraag stellen; is er ook christelijk geloof mogelijk zonder het kruis? 

Ergernis

Paulus merkte op richting de gemeente van Korinthe: ‘Doch wij prediken Christus, den Gekruisigde, den Joden wel een ergernis, en den Grieken een dwaasheid.’ (1 Kor. 1: 23). Als het goed is merkt de gemiddelde Nederlander; bij christenen gaat het altijd maar weer om het kruis. En juist dat geeft ergernis! Het is dus een vreemd beeld als men een beeld heeft van christenen, waar het kruis helemaal geen plaats in heeft. Dat is een tegenstelling in zichzelf. Toch is dit geregeld het geval. Men weet veel van en over christenen. Maar het kruis blijft buiten beeld, doordat christenen het verzwijgen. 

Kruis centraal

Voor Paulus staat het kruis centraal. ‘Het zij verre van mij,’ dat hij in iets anders zou roemen dan het kruis. (me genoito, Gal. 6: 14). Dit is een sterke uitdrukking. Altijd weer gebruikt Paulus deze uitdrukking als hij valse interpretatie van het Evangelie ver van zich werpt. In Rom 3: 31 horen we Paulus zeggen: ‘Doen wij dan de wet te niet door het geloof? Dat zij verre; maar wij bevestigen de wet.’ Dus enerzijds doet Paulus de wet niet weg; dat zij verre! Anderzijds zegt hij: ‘het zij verre van mij dat ik in iets anders zou roemen dan in het kruis’. 

Paulus kan niet langer roemen op zijn trouwe jaren aan de voeten van Gamaliël. Het weegt voor hem niet meer mee in de schaal van de verlossing, dat hij de wet op zijn duimpje kent. Hij kan zich niet meer beroemen op een trouwe offerpraktijk. Zelfs zijn besnijdenis geeft geen streepje meer voor. Als een vuurbrand is hij uit het vuur gerukt. Op de weg naar Damascus ging zijn godsdienstige leven er aan. Christus openbaarde zich daarbij aan hem. Terwijl hij dacht goed bezig te zijn, hoorde hij het uit Jezus’ mond: ‘Saul, Saul, wat vervolg je mij.’ Hij roemt nog maar in één ding, het kruis van Christus. Daar prijst hij in. Dat is hem alle lof waard. Hoewel het voor velen in die dagen enkel een object van schaamte is, is het voor Paulus alle roem waard. 

Verlossing

Hij kan op niets anders meer vertrouwen, dan alleen op wat Christus heeft gedaan. Verlossing komt wat Hem betreft werkelijk van boven, door het verzoeningswerk van Jezus Christus. Het gaat daarbij niet alleen om het verlossingswerk van Christus aan het kruis, maar Zijn hele weg van vernedering. Het afdalen uit de hemel, geboren worden uit een vrouw, dienen in deze wereld, lijden in en aan de omstandigheden, Zijn gang door lijden en dood. Hij die ons verlost, liet Zichzelf tot slaaf maken. 

Luister deze blog als podcast

Lees verder over dit onderwerp

De Heere leidt ons leven (1)

Er zijn omstandigheden waarin we de leiding van de Heere niet zien of begrijpen. De duisternis lijkt het te winnen van...