Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Luister de podcast

dinsdag 20 februari

Bidden om uitbreiding van het Koninkrijk van God (1)

In de Handelingen gaat in steeds wijdere cirkels het Evangelie de wereld over. De scheppende woorden van de Evangelieboodschap brachten velen tot kennis van Christus. Dit Woord wordt ook vandaag verkondigd. Waarom bidden we daarbij geregeld of het ‘koninkrijk van God’ mag worden uitgebreid?

Koninkrijk

Het beeld van het mosterdzaad (Luk. 13: 19) wordt door dr. A. Noordegraaf verbonden met dat van het gezaaide zaad in Luk. 8: 1 en 10. Hierbij is sprake van de verkondiging van het rijk Gods. Met verwijzingen naar Ezechiël en Daniël toont Noordegraaf aan dat daarin plaats is voor alle volken. ‘En daar zullen er komen van Oosten en Westen, en van Noorden en Zuiden, en zullen aanzitten in het Koninkrijk Gods.’ (Luk. 13: 29). De verbreiding van het Woord en het ontstaan van gemeenten onder de volken is een gevolg van de prediking van het koninkrijk. Dit wordt zichtbaar in de Handelingen.

Missionaire prediking is allereerst Christusprediking; en daarmee prediking van het koninkrijk van God. Dit zet de roeping van de gemeente in perspectief, namelijk met als opdracht om het koninkrijk te verkondigen met woord en daad. De getuigende gemeente gedraagt zich niet triomfantelijk, maar dienstbaar. In het besef dat Christus gekruisigd is voor zondaren, als wij. 

Enerzijds is het koninkrijk ‘komende’, anderzijds wijzen uitspraken in het Nieuwe Testament er op dat bepaalde heilsbeloften vervuld zijn. Daarom spreken we van een ‘tegenwoordig’ en een ‘toekomstig’ aspect van het koninkrijk van God. 

Handelingen

Gedurende de veertig dagen voor Jezus’ hemelvaart sprak Hij geregeld met de discipelen over het koninkrijk van God. Het gebruiken van deze uitdrukking onderstreept volgens dr. A.J. Köstenberger de continuïteit tussen Lukas en Handelingen als het gaat om de boodschap. Vier van de acht referenties naar het koninkrijk van God in Handelingen hebben een framende functie voor het boek als geheel. In de meeste gevallen staan deze verwijzingen in direct verband met de apostolische prediking. Zij moeten de volgende boodschap brengen: ‘Het goede nieuws van het koninkrijk van God en de naam van Jezus Christus’ (Hand. 8: 12, 28: 23, 31).

Oude Testament

Als het Nieuwe Testament op dit punt zo duidelijk is, komt als vanzelf de vraag op hoe het Oude Testament spreekt over verkondiging van het Evangelie onder heidenen. Als internationaal directeur van Langham Partnership International weet Christopher Wright zich verbonden met de wereldwijde zending. Jarenlang was hij directeur van All Nations College en gaf hij les aan het Union Bliblical Seminary in Pune, India. Hij schreef diverse Bijbelcommentaren en publiceerde met zijn boek ‘The mission of God’ een Bijbelse Theologie van formaat. Hierin verwerkt hij met name het Oude Testament, maar trekt hij ook lijnen vanuit het Nieuwe Testament. 

Ruim driekwart van zijn Bijbelse Theologie ten aanzien van zending baseert Wright op het Oude Testament. Het verwachtte herstel van Israël strekt verder dan het eigen land, zo toont hij aan. Ook de andere volken delen erin. Psalm 47 en 67 maken dat duidelijk. Dat de volken God zullen loven blijkt steeds weer in de Psalmen, zoals in Ps. 2, 22, 68, 86 en 96. Ook de profeten getuigen ervan. Reeds bij Jezus’ geboorte blijkt het internationale perspectief van Zijn bediening. Wijzen uit het Oosten komen om Hem te aanbidden en Simeon profeteert dat Hij een licht voor de heidenen zal zijn.

Luister deze blog als podcast

Lees verder over dit onderwerp

Filippus en de kamerling (4)

„En alzo zij overweg reisden, kwamen zij aan een zeker water, en de kamerling zeide: Zie daar water, wat verhindert...

Filippus en de kamerling (3)

Wat las de kamerling uit Candacé in de profetieën van Jesaja? Ds.W.L. Tukker gaat daarop in, bij zijn meditatie over...

Filippus en de kamerling (2)

‘Die man had een boekrol bij zich van Jesaja. En daar zat hij op reis in te lezen. Hij was al in Jesaja 53!’ Aldus ds....