Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Luister de podcast

woensdag 1 februari

Calvijn over wettische en evangelische bekering

Het gebed is voor de hulpelozen. Voor hen die niet buiten de Heere kunnen. Een besef van hulpeloosheid is dus geen verhindering tot het gebed, maar een drijfveer tot het gebed. Terugkeer tot de Heere blijkt in het gebed. 

Overtuiging

Terugkeer naar God is in de Bijbel steeds weer een beeld van de bekering. Voor het eerst, of opnieuw, komt iemand tot de overtuiging dat hij van de Heere weg dwaalde. De realiteit leert dat niet iedereen die beseft schuldig te staan voor God, ook werkelijk aan Jezus’ voeten terechtkomt in een gebed om genade. 

Terecht merkt Calvijn op dat er verschillende vormen van bekering zijn. Hij noemt de eerste een wettische bekering en de tweede een evangelische bekering. 

Verschil

Bij een wettische bekering beseft iemand tegen de Heere gezondigd te hebben en leidt dit tot een schrikreactie. We zien dit gebeuren bij Kaïn, bij Saul en bij Judas. Zij zijn onder de indruk van Gods toorn over wat zij deden en we zien bij hen angstverschijnselen. Er is in hun spreken echter geen enkel besef van Gods barmhartigheid. Zij richten zich enkel en alleen op de toorn van de Heere. Voor hen is er geen genade mogelijk, daar zijn ze van overtuigd. Deze wettische bekering leidt tot niets. Calvijn noemt het zelfs een voorportaal van de hel. Deze mensen krijgen op aarde reeds iets te beleven van wat er na dit leven volgt. Enkel angst. Een zekere mate van schuldbesef is dus als zodanig niet reddend. Er is namelijk verzoening nodig en mogelijk, vanwege het offer van Christus. 

Heel anders gaat de evangelische bekering in zijn werk. De prikkel, het besef van de zonde, heeft iemand verwond. ‘Ik heb tegen de Heere gezondigd, een goeddoend God.’ Dit doet niet wegvluchten van God, maar naar Hem toe. Het besef van Zijn barmhartigheid, doet ondanks het schuldbesef, toch tot Hem vluchten. Waar dan heen? Tot U alleen! Zo iemand wordt door vertrouwen op Gods barmhartigheid opgetild, tot nieuw leven gebracht, tot de Heere bekeerd. Leert schuilen achter het bloed van Christus. De Heilige Geest geeft oog en oor voor het Evangelie. Dit zal ook naderhand steeds weer leiden tot inkeer tot Hem, als er sprake is van een periode van wegdwalen. 

Voorbeelden

Calvijn noemt daarbij vier voorbeelden. Allereerst het voorbeeld van Hizkia. We horen bij hem de schrik bij het besef te moeten sterven. Hij is tot tranen toe geroerd. Een blik op Gods goedheid, zoals hij die zelf in zijn leven ervaren had, geeft hem echter weer vertrouwen op God. Als tweede voorbeeld noemt hij Ninevé. De stad bekeerde zich in zak en as in de hoop de Heere op andere gedachten te brengen. Als derde noemt hij David. Hij sprak de woorden: ‘Heere, neem de ongerechtigheid van Uw knecht weg…’ Hij verwachtte vergeving. Als vierde noemt Calvijn Petrus, die op de Pinksterdag preekte. De reactie van de luisteraars was er één die duidt op een besef van Gods genade. ‘Wat zullen wij doen, mannenbroeders?’ Overigens wist Petrus ook zelf uit eigen ervan wat deze genade vermag. ‘U weet alle dingen, U weet dat ik U liefheb.’ De evangelische bekering richt zich in het besef als schuldig te staan voor God, op Christus Jezus om verzoening. 

Luister deze blog als podcast

Lees verder over dit onderwerp

Filippus en de kamerling (4)

„En alzo zij overweg reisden, kwamen zij aan een zeker water, en de kamerling zeide: Zie daar water, wat verhindert...

Filippus en de kamerling (3)

Wat las de kamerling uit Candacé in de profetieën van Jesaja? Ds.W.L. Tukker gaat daarop in, bij zijn meditatie over...

Filippus en de kamerling (2)

‘Die man had een boekrol bij zich van Jesaja. En daar zat hij op reis in te lezen. Hij was al in Jesaja 53!’ Aldus ds....