Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Luister de podcast

donderdag 23 juni

Ds. A. van Herk over de Heilige Geest

Mediteer over de woorden van Efeze 1: 17, adviseert ds. A. van Herk. Om zo het gebed van Paulus tot ons gebed te maken. Het leidt tot gebed voor Gods kerk. 

Gemeente en gebed

Paulus toont een diep verlangen naar het werk van de Geest in de gemeente. Dat blijkt in Efeze 1: 17: ‘Opdat de God van onze Heere Jezus Christus de Vader der Heerlijkheid, u geve de Geest der wijsheid en der openbaring in zijn kennis.’ Ds. A. van Herk mediteerde in 1992 over deze woorden in de Waarheidsvriend. 

‘Hoe zouden wij in geloof kunnen staan als niet de Heilige Geest ons Hem in het hart legde. Die Zich offerde op Golgotha, op de derde dag opstond en nu zit aan de rechterhand des Vaders. Hij is daar om Zijn beloften waar te maken. Mag dit te ervaren u rust en vrede geven, maar daardoor ook drijven tot gebed voor heel Zijn kerk.


Dat is één van de eerste dingen, die zich uit dit Woord aan ons opdringen: de vraag of wij ook gedurig bidden om de werking van de Heilige Geest. Paulus deed dat voor de gemeente, die in Efeze was. Ook al mag hij bijzonder goede dingen van hen getuigen. Daar was onderlinge liefde en liefde tot heel Gods kerk. Wat een rijke gemeenschap, als wij elkaar zo mogen dragen in het gebed. Houden van elkaar is vasthouden in gebed. Al mag het daarbij niet blijven. Vooral als je let op het gebod van de Heiland, te bidden ook voor hen, die ons geweld aandoen.’

Schade

Waar de apostel ons nu op wijst in zijn brief is dit, dat al is er geloof in de Heere Jezus Christus, er nog meer nodig is. En wel dat de Heilige Geest zal doorgaan met werken in hun harten en in de gemeente. Hoe weinig wordt beseft, dat al wat er is niet zonder Gods Geest kan. Hoeveel klachten zijn er vandaag te horen over verval, achteruitgang of hoe je het ook maar wilt noemen. Naast een leefstijl, ook in de kerk, juist daar, die de Geest bedroeft, zo­dat Hij niet of nauwelijks kan werken, kan u en mag het gebed tot de Geest niet worden ­verwaarloosd of nagelaten. Wij doen dat zo licht, omdat niet echt wordt geleefd uit de Schriften, die getuigen dat God een Drieënig God is. Besef toch dat de Heilige Geest, Die van de Vader en de Zoon uitgaat, evenzeer Heere is en aangebeden en verheerlijkt moet worden. Hij is de Geest der wijsheid en der openbaring in Zijn kennis. Wie dit niet schriftuurlijk ervaart, zal in zijn of haar hart grote schade hebben. Hoe erg is het schade te hebben in geloof, veel erger is het als wij zo de Eer des Heeren beschadigen door nonchalance of luiheid.

Ander hoger achten

Laat ieder hier het eigen hart en leven onderzoeken. Het allermeeste degenen die klagen over de onwijsheid van anderen. De Heiland leert ons in het Evangelie de juiste proporties te zien, als hij spreekt van de balk in ons eigen oog en de splinter in dat van de broeder. Onwijsheid in geestelijk opzicht is als een rivier, die droog dreigt te vallen. Er kan geen schuit meer door. Alles loopt aan de grond. Klagen moet, maar dan over onszelf. De tekst hierboven geve beschaming, werke droefheid, lere ons bidden om ‘s Heeren Geest, dagelijks, voor de ander en voor onszelf, voor jong en oud. Opdat de Geest der wijsheid ieders eigenwijsheid verbreke en de gemeente meer en meer, vuriger de weg ter zaligheid bewandele. Misschien vindt u wel dat dit schrijven wel erg hard is, u teveel aanpakt, ‘t Is niet liefdeloos bedoeld. Maar ‘t is toch wel waar, dat wij mensen onszelf bij het ontdekken en aanwijzen van verkeerde zaken, van zonden, onszelf altijd geneigd zijn voorbij te gaan en het kwade van de ander wel zien. Wat wij in het geloof zo moeilijk nog maar kunnen leren, is de ander uitnemender te achten dan onszelf. En als de praktijk van ons leven zo wel is, dan komt het toch niet tot de ware droefheid. Ook zal dan de vreugde en blijdschap van het geloof nooit ons deel kunnen zijn.

Vreugde en geloof

De apostel gunt het al zijn gemeentes om in de vreugde te leven. Dat is een teken van waar geloof. Immers de Geest maakt wijs en openbaart kennis. Dat is, dat je ogen opengaan voor het heil in de Heere Jezus Christus. In het volgende vers wordt dat genoemd ‘de hoop van Zijn roeping’. De Heere Die Paulus riep, maakte hem los van zichzelf, van wat hij in zijn zonden nastreefde. Hij schonk Paulus leven in het hart en gaf hem uitzicht op het eeuwige leven. De Geest wees hem de weg. Wie door de Heere werd tegengehouden op zijn of haar eigen ‘brede’ weg, die zal licht zien gloren over de duistere rand van dit aardse leven heen. Hoe moet je jezelf steeds weer inspannen om te blijven zien, immers koers houden valt ons zwaar. Levensheiliging is niet mogelijk, als de Heilige Geest onze leidsman niet is. Onderschat toch de lokroep van de wereld en het eigen hart niet. Ook in het goed onderscheiden moet je beschikken over ‘verlichte ogen van het verstand’. De hoop valt niet weg, maar het zicht erop kun je welhaast geheel kwijt raken.

Wie leeft uit de Heilige Geest, ziet hoe hij het eigen hart het zwijgen moet opleggen, die kent ook de woorden waarmee hij de Boze kan weerstaan. De machtige Satan kan tegen het Woord van de Almachtige niets beginnen. Hij zal ervoor wijken. Dat ‘s Heeren Geest u allen mag doen zien de hoop, de rijke erfenis: het eeuwig leven bij de Heere. De Heilige Geest richt daar het hart op, maakt het vol verlangen naar God Zelf Dat moge u niet vreemd zijn! U die in geloof leven mag, verlangt toch krachtens wedergeboorte naar volkomenheid. Streef daar ook naar in dit leven, hier en nu. Dat immers moet toch uit naam van de liefde tot God.


Wie leeft uit de Heilige Geest, die bidt gedurig en vurig tot Deze, omdat hij of zij Diens kracht kent. Hij is God en toonde Zijn Macht in Christus, toen Hij de Heiland opwekte uit de doden. Een macht sterker dan de dood en de doodsheid in het geloof. Dat toch God, de Heilige God, ons alle vervulle en zo moge toerusten tot de strijd des geloofs in dit leven. Het getuigenis in woord en daad mag uitgaan in de wereld van vandaag, zodat zij die Hem niet kennen, zichzelf afvragen, wat dat toch is en wij het mogen getuigen, dat de Almachtige en Genadige God ons barmhartigheid bewijst in de Zoon Zijner Liefde en ook zij vragen gaan om Genade.

Leestip: Waarheidsvriend, 1992.

Luister deze blog als podcast

Lees verder over dit onderwerp

Ds. W.L. Tukker over bekering (1)

Aan de hand van Zondag 33 van de Heidelbergse Catechismus legde ds. W.L. Tukker (1909-1988) uit wat bekering is. Hij...