Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Luister de podcast

woensdag 13 maart

Ds. A. Vroegindeweij: Het voorhangsel scheurde (1)

‘En zie het voorhangsel van de tempel scheurde in tweeën, van boven tot beneden’ (Matt. 27: 51a).  ‘Golgotha! Welke verschrikkelijke zaken hebben daar plaats gevonden op die Vrijdag voor Pasen, waarop Christus gekruisigd is. Men spreekt van Goede Vrijdag, maar voor het oog is er niet veel goeds die dag te ontdekken.’ Aldus ds. A. Vroegindeweij in het Gereformeerd Weekblad in de lijdenstijd van 1956.

Kruis

Want aan het kruis hangt Jezus, de Zone Gods, Die in bange zielesmart uit moet roepen: Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten? En aan de voet van het kruis zien we schimpende Joden, vloekende krijgsknechten en huilende vrouwen. Wie zou niet huiveren bij alles wat hij hier ziet en hoort? En toch: Goede Vrijdag! Want hier wordt God met de zondaar verzoend. Hier kan genade gevonden worden voor een schuldig mens, die zijn zonden en schuld leert belijden voor het aangezicht van de Heere. Hier komt de Heere aan zijn eer, maar hier is er ook zaligheid voor het volk Gods, dat met al haar noden en behoeften tot de Heere gevloden komt. Die in Jezus Christus nog genade kan en wil bewijzen. Straks klinkt het uit de mond van de lijdende Christus: Het is volbracht!

Verzoening

En dan is inderdaad dat grote werk der verzoening volbracht, waartoe Christus de heerlijkheid van de hemel verlaten heeft en naar de aarde toegekomen is. En de Heere hecht aan dat volbrachte werk van Christus zijn zegel, door het teken dat geschiedde in de tempel op het ogenblik dat Christus stierf. En daar lezen we van in onze tekst: En zie, het voorhangsel van de tempel scheurde in tweeën, van boven tot beneden.

We zullen allen wel weten wat er met het voorhangsel van de tempel bedoeld wordt. Het was het kleed, dat in de tempel tussen het heilige en het heilige der heilige inhing. Het was een kleed uit één stuk gemaakt, en het mocht nooit terzijde worden geschoven, want daar in het heilige der heilige was de woonplaats Gods. Slechts eenmaal per jaar, op de Grote Verzoendag, mocht de hogepriester het een weinig oplichten om het heilige der heilige te betreden en daar verzoening te doen voor de zonden van het volk. Hij mocht slechts enkele ogenblikken in die gewijde ruimte vertoeven om bloed te sprenkelen, waarmee hij heenwees naar het offer, dat eenmaal op Golgotha zou worden volbracht. 

Gesloten

De plaats waar de Allerhoogste woonde was onherroepelijk afgesloten voor het volk, ja zelfs voor de priesters, de dienaren Gods. Welk een verschil in omgang met de Heere voor en na de zondeval. Voordat de mens gezondigd had, ging hij vertrouwelijk om met de Heere, kende hij de verborgen omgang met God, waar de ziel van de mensen haar hoogste verlustiging in vond. Maar door de zonde is de scheiding gekomen. Zie maar naar de tempel. Daar hangt het voorhangsel tussen God en volk in. Daar kan men de scheiding tussen de Heere en de mens duidelijk aanschouwen. De natuurlijke mens heeft daar geen last van. Voor hen, die aan hun zonden en aan hun Godsgemis zijn ontdekt, is dat echter een vreselijke zaak. Zij gevoelen de last van de toorn van de Heere tegen de zonde. Zij gevoelen dat ze buiten de gemeenschap met God verloren mensen zijn. 

Hun verlangen gaat uit naar de gemeenschap met God de Vader. Maar voor hen is dat voorhangsel het teken, dat de toegang tot God geheel en al is afgesloten. Voor hen is dat voorhangsel het teken van de ongenade Gods vanwege de zonde. Voor hen is dat voorhangsel het teken, dat de weg naar de troon der genade is afgesloten. Dat voorhangsel hangt daar, opdat een ieder weten zou, dat geen mens God kan aanschouwen en leven, zonder dat er eerst een weg tot God gebaand is, zonder dat er eerst verzoening teweeggebracht is.

Luister deze blog als podcast

Lees verder over dit onderwerp

Filippus en de kamerling (4)

„En alzo zij overweg reisden, kwamen zij aan een zeker water, en de kamerling zeide: Zie daar water, wat verhindert...

Filippus en de kamerling (3)

Wat las de kamerling uit Candacé in de profetieën van Jesaja? Ds.W.L. Tukker gaat daarop in, bij zijn meditatie over...

Filippus en de kamerling (2)

‘Die man had een boekrol bij zich van Jesaja. En daar zat hij op reis in te lezen. Hij was al in Jesaja 53!’ Aldus ds....