Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Luister de podcast

woensdag 25 mei

Ds. D.J. van Dijk: De Herder weet waar de schapen zijn

‘Geen enkel schaap komt uit zichzelf naar Jezus toe. „Ik moet ze toebrengen”, zegt Jezus. Het toebrengen van schapen tot de kudde is de taak van de Goede Herder.’ Aldus ds. D.J. van Dijk, de voormalige zendingspredikant die jarenlang de Hervormde gemeente van Sint Annaland diende.

Alle volken

Zijn leven lang zouden herinneringen aan de tientallen jaren die hij diende in Toradjaland zijn werk kleur geven. Ds. D.J. van Dijk was zendingspredikant voor het leven, hoewel hij verschillende gemeenten in Nederland diende na zijn zendingsperiode. Waaronder de Hervormde gemeente van Sint Annaland. In 1967 schreef ds. Van Dijk een meditatie over de woorden „Deze moet Ik ook toebrengen.” (Joh. 10 : 16 m.)’ Graag laat ik deze stem decennia later nogmaals klinken, voor de luisteraars van de Podcast, maar ook voor gemeenteleden in Sint Annaland. 

Dwalen

‘De Goede Herder spreekt bovenstaande woorden in dit voor ons zo bekende hoofdstuk Johannes 10. “Deze”, dat zijn de andere schapen, die niet van de stal van Israël zijn. Die andere schapen zijn zo ver van Hem af. Ze dwalen maar rond. De één buigt z’n knieën voor hout of steen en de ander doet het voor zichzelf. In elk geval zijn het mensen, die niet tot het volk van Israël behoren.

Deze andere schapen komen niet uit zichzelf naar de Herder toe. Jezus zegt, ze moeten gebracht worden. Geen enkel schaap komt uit zichzelf naar Jezus toe. „Ik moet ze toebrengen”, zegt Jezus. Het toebrengen van schapen tot de kudde is de taak van de Goede Herder. Daar is Hij altijd mee bezig. Niet alleen toen Hij op aarde was, maar ook nu Hij in de Hemel is. Hij is aldoor bezig met dat toebrengen. Dit werk zet Hij voort tot de laatste is toegebracht en Zijn Koninkrijk vol zal zijn.

Taak

„Ik moet”, zegt Hij. Het is dus een Hem opgedragen taak. Het is de wil des Vaders, dat die andere schapen toegebracht worden. Maar het is ook de drang van Zijn liefdevolle hart dat Hem dringt die andere schapen te zoeken en ze toe te brengen. Gelukkig, dat Hij dit werk doet. Geen mens zou bij machte zijn om ook maar één afgedwaald schaap tot de kudde van Jezus te brengen. Als er één ding is, dat we op het zendingsveld leren, dan is het dat wij niet bij machte zijn om een mens te maken tot schaap van Jezus.

Dit werk van toebrengen is daarom in goede handen. Deze Herder is volkomen berekend voor dit moeilijke werk. Hij weet immers waar deze schapen zijn, die toegebracht moeten worden. Hij weet in welke strikken van zonde en schuld zij zitten. Hij kent de machten, die hen gevangen houden. Maar deze Goede Herder staan alle middelen ten dienste om die schapen te verlossen en te redden.

Uit de nood

Geen held is sterker dan Hij. Maar geen mens is ook met zo’n innerlijke ontferming over deze schapen bewogen als deze Herder. Hij daalde af in hun diepste nood. Ja, Hij daalt voor hen af tot in de diepte van dood en hel. En wat een verzet ondervindt Hij daarbij. Zowel van de machthebbers als van deze schapen. Ja, ook die schapen geven zich zo maar niet gewonnen. Ze zijn zo onwillig en ongehoorzaam. Maar Zijn hand is sterk en Zijn arm heeft een groot vermogen. Hij verbreekt alle tegenstand.

Nu wil die Goede Herder bij de toebrenging wel gebruik maken van Zijn dienstknechten. Zo zei Hij tot Petrus: „weidt Mijn schapen.” Nog roept Hij arbeiders om uit te gaan. En het is ons een voorrecht, dat wij ook door Hem daartoe geroepen werden. Niet minder dan 40 jaren mochten wij in Zijn dienst staan, zowel in Toradja-land als In Nederland. Maar al Zijn dienstknechten moeten het horen: „Ik moet toebrengen”. Dit Woord van Jezus wijst ons op de machteloosheid van Zijn dienstknechten. Ja, die dienstknechten kunnen ook alleen maar bestaan door Hem. En als Hij toch dienstknechten wil gebruiken dan is dat alleen maar een wonder. Hij zendt Zijn dienaren uit om Zijn stem te laten horen. Dat is hun taak! Zijn boodschap doorgeven! Zijn getuigen te zijn.

Horen

„En zij zullen Mijne stem horen.” De stem is immers het middel om iemand te roepen. De dienaren des Woord hebben dus Zijn stem te laten horen. Hoort u in de prediking de stem van de Goede Herder? Wij zeggen dikwijls, en wat hebben we het vroeger op het zendingsveld dikwijls gezegd; het is tevergeefs.

Toch zegt Jezus: zij zullen horen. Nee, de stem van Jezus wordt niet voor niets gehoord. Van nature gaat die stem aan ons voorbij. Maar wanneer Zijn stem doordringt tot in het hart dan horen we. Dan horen we een stem die ons verschrikt vanwege zonde en schuld, maar ook een stem die spreekt van verzoening en vergeving. Een stem van recht, maar ook van genade. Hij zal tot Zijn volk en tot Zijn gunstgenoten spreken van vrede.’

Luister deze blog als podcast

Lees verder over dit onderwerp

Ds. W.L. Tukker over bekering (1)

Aan de hand van Zondag 33 van de Heidelbergse Catechismus legde ds. W.L. Tukker (1909-1988) uit wat bekering is. Hij...