Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Luister de podcast

maandag 8 april

Ds. K. Exalto over het nut van de opstanding van Christus (2)

‘De bezinning op de grondslagen van het christenzijn waartoe wij in onze tijd gedwongen worden dient ons terug te voeren tot de elementaire betekenis van de opstanding van Christus.’ Aldus ds. K. Exalto in de Waarheidsvriend, 1971. ‘Niemand is een christen dan wie leeft uit Christus, één plant met Hem is geworden (Rom. 6:5), een lid is van het lichaam waarvan Hij het Hoofd is, en daardoor de kracht van Zijn kruisiging en dood ervaart door ook zelf aan de zonde gekruisigd te worden en te sterven, èn de kracht van zijn opstanding, door ook zelf opgewekt te worden en op te staan tot een nieuw leven. 

Anders

Door zijn relatie tot Christus is een christen iemand anders dan een niet-christen. Hij staat in een afzonderingspositie. Niet door eigen kwaliteiten, hoe hoog ze ook zijn, niet door eigen daden en werken, hoe edel ze ook zijn, maar uitsluitend door het werk van Christus en door de Geest van Christus die in ons woont, zodat Paulus juist ook in verband hiermee nadrukkelijk zegt: uit genade (Efeze 2:5).

Verlossing

In de tijd van Jezus en de apostelen werden de mensen vele wegen gewezen die zouden leiden tot de sotêria: het heil, de verlossing. De apostelen, optredend in deze wereld, kenden maar één weg: die van het geloof in de gekruisigde en opgestane Heere Jezus Christus. Nu in onze tijd de kerk opnieuw komt te staan in een wereld waarin grote woorden worden gesproken, ettelijke programma’s worden opgesteld en zij in de verzoeking komt ook één van deze hedendaagse bewegingen te worden, dient zij zich bij uitstek te concentreren op wat het eigenlijke is van haar boodschap, en daarbij zal zij uitkomen bij Christus, de Gekruisigde en Opgestane. Het is vandaar uit dat dan het christenleven zal moeten worden gezien!

Dezelfde

Het wezen van het christenzijn is onveranderlijk: het sterven en opstaan met Christus. De tijden en situaties mogen veranderen, Christus blijft dezelfde, Zijn Woord blijft hetzelfde, Zijn werk blijft hetzelfde. Wij kunnen niet gemakkelijker christen zijn en zalig worden dan voorgeslachten. Er is nog maar één weg tot het leven, namelijk de weg door de dood heen. In deze gedurige ‘overgang’ blijft het christenleven zolang de huidige bedeling duurt. De zonden houden niet op en daarom houdt ook niet op het doden van de zonde; maar daar Christus dood en zonden heeft overwonnen wint ook nu het leven het steeds weer in ons. De Geest van Christus is niet een werkloze en slapende Geest. Hij werkt Christus’ opstanding uit in de harten van allen die met Hem door het geloof verbonden zijn. Het is niet te ontkennen dat de zonden steeds andere, nieuwe, misschien moet ik zeggen: heviger vormen aannemen, het aanzien van de mortificatie, de doding der zonden verandert daardoor, maar in de wortel blijft zij zich alle eeuwen door gelijk. De strijd die Augustinus heeft gestreden is nog de strijd van de christen en dat geldt zelfs al van de strijd van David, Jakob, Abraham en Adam. Ook de wereld rondom ons verandert, met als gevolg dat de levenshouding van de christen niet in alle eeuwen uiterlijk gelijk kan zijn, maar innerlijk blijft zij het wel. Er is één geestelijk leven dat reeds de apostelen kenden en de patriarchen èn wij die geloven.

Vooruit en omhoog 

Het leven uit Christus stuwt naar Hem heen. Als Paulus spreekt in Kol. 3:1 over het ‘opgewekt zijn’ met Christus voegt hij er in één adem aan toe ‘zoekt de dingen die boven zijn, waar Christus is zittende aan de rechterhand Gods; bedenkt de dingen die boven zijn, niet die op de aarde zijn’.

Men wil in onze tijd de christenen ‘vooruit’ doen zien, ‘omhoog’ zien dat wordt hun bijkans verboden. Het is het befaamde christelijke ‘horizontalisme’. Nu zullen wij niet àlle ‘vooruit’ zien mogen afschrijven, want daarmee zouden wij tekort doen aan de volheid van de christelijke hoop. Christus heeft door Zijn opstanding ons ook hoop gegeven. Hij heeft het leven en de onverderfelijkheid aan het licht gebracht — dat heeft zelfs kosmische perspectieven. Zijn herscheppend werk komt in het hart van de gelovige niet tot stilstand, het gaat door. God heeft niet alleen de mens geschapen maar ook de aarde waarop hij leeft. De gereformeerde vaderen hebben zelfs altijd geleerd dat het einde het begin zal overtreffen. Maar al wat ons te wachten staat is gekwalificeerd door hetgeen nu reeds is gegeven. Het rijk Gods dat komt zal niet een wereldlijk rijk zijn, maar het zal dragen de signatuur van wat Christus door de Geest nu reeds gedaan heeft; het zal aardse voorstellingen te boven gaan, het zal ‘geestelijker’ zijn dan menigeen in onze tijd, nu men haast niet meer geestelijk denken kan, zich voorstelt. Er is nu al voor de gelovigen niet alleen de band met Christus, maar ook het leven met Christus, de wandel in de hemelen, een wandel die niet onderbroken zal worden omdat het aan het einde toch alles weer veel aardser zal worden, maar die zich eeuwig continueren zal. Er gaat van Christus’ opstanding een eeuwige kracht uit. Aan ons de opdracht zulke christenen te zijn, die het geloof hebben, die de Geest hebben, die de hoop hebben, die sterven, die opstaan, die leven!

Luister deze blog als podcast

Lees verder over dit onderwerp

Abrahams’ offer (2)

„Neem uw zoon en offer hem aldaar op één der bergen, die Ik u zeggen zal". Offeren! Mijn zoon offeren. Een...