Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Luister de podcast

dinsdag 9 augustus

Ds. L. Kievit: Het ochtendlicht valt over Pniël

God kwam Jakob tegen bij Pniël. Een aangrijpende ervaring voor hem. Ds. L. Kievit: ‘Jakob wordt in Pniël gezegend. Daar levert hij zich voor het eerst, zonder voorwaarde en zonder voorbehoud aan de Heere uit. Op genade en door het geloof.’

Dieptepunt en hoogtepunt

Pas lieten we Jakob achter bij het ochtendgloren in Pniël. Vandaag kijken we opnieuw met ds. L. Kievit (1918-1990) mee in de geschiedenis van Jakob en zijn ontmoeting met Jezus. Ds. L. Kievit: ‘Pniël? Waar was dat ook weer? O ja, nu herinnert u het zich, dat lag aan de grens van Kanaän en daar liep Jakob God in de handen. Pniël, zo vult een ander aan, was het dieptepunt in Jakobs leven. Want Die vóór hem was, kwam hem tégen. Wonderlijk handelt de Heere toch, om Zijn Naam bekend te maken, ‘t Lijkt zo tegenstrijdig: Bethel-Pniël. 

Maar die tegenstrijdigheid wordt opgelost in de nadere kennismaking met de levende God, die Zich openbaart, zodat het dieptepunt een hoogtepunt wordt. Dat mogen we immers met evenveel recht zeggen, dat mogen we met meer recht zeggen: Pniël betekent een hoogtepunt in Jakobs leven. Hoor hoe verwonderd hij zegt: En mijn ziel is gered geweest.

De doodschaduw wordt veranderd in de ochtendstond. Gij hebt, o Heer’ in ‘t doodlijkst tijdsgewricht mijn ziel gered. De morgenstond heeft goud in de mond, het goud van Gods genade. Hem alleen de eer! Het is wonderlijk in onze ogen, een-en andermaal. God zien, dat is verzengd worden in de gloed van Zijn heiligheid. Daar komt alles van ons in het vuur; wat zal er overblijven? As, niets als as! Tovert God uit de as het sieraad te voorschijn? Nee! God beschikt sieraad voor as. Winst voor verlies; overwinning voor nederlaag; leven voor dood.

God houdt staande

Het ging er heel wonderlijk naar toe in die nacht. Jacob kon het eigenlijk niet langer volhouden, maar blijkbaar hield God hem vast en hield God hem staande. De Heere slingerde hem niet van Zich weg in de eeuwige dood, maar haalde hem er doorheen. En mijn ziel is gered geweest. Zingt, zingt een nieuw gezang de Heere. Het lied van Zijn verlossende genade. Genade bevrijdt. Verdiensten konden hem niet redden uit de hand van de Heere. Genade doet het onmogelijke. Het kan eenvoudig niet, dat Jacob hier levend vandaan komt! En tóch … Dat is het tóch van het wonder, van de trouw, van de genade. Jakob merkt het terdege: Die Man, die hem breekt in zijn kracht, houdt hem vast. Hij heeft geen lust in zijn dood. Hij heeft verlangen in Zijn leven.

Zo vecht Jakob door. Hij houdt ook vast, al heeft hij er de kracht niet voor. Hij worstelt als een drenkeling die zich vastklemt aan zijn redder, terwijl die redder hem stevig in zijn greep heeft. Als ik loslaat dan ben ik verloren, denkt Jakob. Ik laat U niet los tenzij Gij mij zegent. Jakob houdt zich overeind aan die Ander; met andere woorden: Die Ander houdt hem overeind. En hierin wordt ons het geheim van menige ontmoeting met God onthuld. Deze God laat zich niet onbetuigd in het geloofsleven en in het gebedsleven. Voorwaar een God die Zich verborgen houdt, de God Israëls, de Heiland. Hij houdt Zich verborgen, om de Heiland te zijn, de redder uit nood en dood.

Zegen

Jakob wordt in Pniël gezegend. Daar levert hij zich voor het eerst, zonder voorwaarde en zonder voorbehoud aan de Heere uit. Op genade en door het geloof. Door de donkerheid van deze met schrik vervulde nacht, breekt het licht van Gods aangezicht door. Pniël betekent: Aangezicht Gods. Uw aangezicht in gunst tot mij gewend. In de naam Pniël werd de ontmoeting met God vastgelegd. In Pniël openbaarde de God Israëls zich, in Pniël schijnt hèt licht van Christus Jezus. Het schijnt er met veel schaduwen, maar wie het licht ziet, kan er niet van zwijgen. Zacharias noemde Christus eens: het aangezicht van de Heere. Johannes, zijn zoon, zou voor Hem heengaan, voor het aangezicht des Heeren. Wat een mooie naam. 

Christus op Golgotha

In Pniël komt Christus tevoorschijn: en mijn ziel is gered geweest. Hij komt tevoorschijn, omdat Hij er geweest is. God ontmoette Hem in de donkere nacht van Gethsemané en van Golgotha. Toen raakte de Zoon van Jakob, verwikkeld in de zonden en de noden van heel zijn geslacht. In hun benauwdheid was Hij benauwd. God trok er met Hem veel dieper door dan met Jakob in Pniël. Hij riep: Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten! Toch liet Hij die God niet los; in de verlatenheid hield Hij nog aan Hem vast, en uit de hel strekte Hij hart en handen naar omhoog. Om Hem kon Jakob de strijd volhouden, en door Hem kon Jakob die Man vasthouden! Christus leven werd door de dood heen gered. Pniël werd het hoogtepunt van Pasen. De opstanding, het eeuwige leven, dat is de verankering van Jakobs verzekering: En mijn ziel is gered geweest. 

Zulke grote dingen doet God om Christus wil. Die in onze strijd nederdaalde, opdat het aangezicht Gods zou gaan lichten in stralende luister. Dat is de morgenstond, die een heerlijke dag voorspelt. De zon, zo lezen we even verder, ging hem op als hij door Pniël gegaan was. Wat een dag, voortgaande en lichtende tot de volle dag toe. De dag van vrije genade, de dag van Christus, in Wien het aangezicht van de Heere zijn schijnsel werpt over ons levenspad. Om in dat licht te wandelen. Het verloren leven, door genade gered, wordt ook door genade geleid.

Dit is deel drie van een vierluik over Jakob bij Pniël, door ds. L. Kievit. Leestip: Waarheidsvriend, 1966. 

Luister deze blog als podcast

Lees verder over dit onderwerp

Ds. W.L. Tukker over bekering (1)

Aan de hand van Zondag 33 van de Heidelbergse Catechismus legde ds. W.L. Tukker (1909-1988) uit wat bekering is. Hij...