Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Luister de podcast

woensdag 10 augustus

Ds. L. Kievit: Jakob krijgt een nieuwe naam bij Pniël

Jakob krijgt bij Pniël de naam Israël. Hij weet zich een ander mens. De naam in zijn paspoort wordt veranderd, aldus ds. L. Kievit. Blijkbaar kan dit, dat je achter een ontmoeting met God niet terug kunt. De Heere sprak. 

Zegen 

Ds. L. Kievit neemt ons opnieuw mee naar Pniël. De plaats die een levenslange indruk achterliet bij Jakob. Kievit: ‘Daar pas werd ik gezegend, vertelt Jakob. Hij was als kind reeds op die zegen gesteld. Hij heeft er zijn broer van beroofd, en hem als een dief van zijn vader ontvangen. Was hij gezegend? Wel zeker, maar … Ik denk dat Jakob in Pniël de zegen van Izaäk moest inleveren, om de zegen van de Heere te ontvangen, in de weg van de worsteling met God. De zegen werd toen uit genade ontvangen, niet door list en leugen ontwrongen. Toen eerst kreeg de zegen de ruimte, ze stroomde door Jakobs leven heen als een rivier. De Heere alleen werd geprezen, Jakob valt erbuiten, hij mag er evenwel in delen, zulke deelgenoten herkent u altijd aan de sterke roem, die Gods genade verheerlijkt.

Pniël

Pniël. We herhalen de naam nog eens. Het lijkt net een spijker, stevig in de muur geslagen, waaraan we heel Jakobs levensgeschiedenis kunnen ophangen. Beperken wij ons echter en bedenken wij, dat in de nacht van Pniël, het beslissende uur van zijn leven sloeg. Vóór en na Pniël, dat maakt een groot verschil. Geen volstrekt verschil, alsof hier Jakobs bekering tot God zou vallen. Men kan geen enkele geschiedenis in dat kader persen, en doet aan de gegevens geweld, als men het toch wil. Veeleer mogen wij het zoeken in een voortgaande kennis van de naam van de Heere, en dan is duidelijk: Na Pniël kende Jakob de Heere nog op een heel andere wijze dan daar voor. Wij kunnen gerust van een keerpunt spreken. Jakob wordt een ander mens en alles wordt anders. Dat is natuurlijk sterk gesproken. Jakob een ander mens. Wij zijn geneigd daar een dik vraagteken bij te zetten. Een vos verliest wel zijn haren, maar niet zijn streken, nietwaar. Jakobs leven is na Pniël nog lang niet voorbeeldig, hij valt telkens tegen. Ik weet het ook wel, zwijg maar stil. Loop echter niet aan Pniël voorbij, alsof daar niets gebeurd was.

Israël

Jakob draagt sindsdien de naam Israël. Wie bent u eigenlijk? Jakob. Die naam stond ingevuld op zijn paspoort. Uw naam zal niet meer Jakob luiden maar Israël. God streept een naam door en vult er een andere voor in. En wat God doet kan niemand ongedaan maken, ook Jakob niet. Israël is geen verbeterde uitgave van Jakob. Daarvoor was de uitgave te bedorven, er viel niets te verbeteren. Het is een nieuwe naam, omdat hij in de ontmoeting met God een nieuw mens geworden is. God spreekt hem aan met de naam: Israël, God roept hem om in nieuwheid van leven te wandelen. Dat kan niet zonder gevolgen blijven. De naam is een boom door de Heere geplant, aan de waterstroom van Zijn trouw, een boom die zijn vrucht geeft op zijn tijd. Jakob ,wat was Pniël voor u? Een grenspost, een dieptepunt, een hoogtepunt, een keerpunt. Daar werd mijn leven opnieuw gestempeld. Ik kwam er als een ander mens vandaan.

Ander mens

Dat hoort u in deze dagen vaak zeggen. Goede vakantie gehad? Nou, ik ben gewoon een ander mens. Maar, zo wordt eraan toegevoegd: ik was ook schoon aan mijn eind. Die ervaring hebt u allen wel eens gemaakt, ‘s Avonds viel alles even zwaar en zag alles even grauw, ‘s Morgens na een verkwikkende rust, keek u heel anders tegen de dingen van de dag aan. U werd wakker als een ander mens. U werd geopereerd en dacht: als het maar geen… De spanning was niet te dragen, totdat de dokter u geruststelde. Nee, in geen geval. Een ander mens, zeiden uw man en uw kinderen. Geen wonder, u keek de nacht in, en mocht zich weer tot de dag keren. Dat is de ervaring van dat: schoon aan mijn eind en nu een ander mens. 

Maar dat, wat ik noemde, zijn tenslotte rimpelingen aan de oppervlakte van ons bestaan. Pniël grijpt dieper, omdat het op God betrokken is. Een ander mens worden we daar, waar Hij zich openbaart, en Zijn openbaring in een nieuwe naam wordt weerspiegeld!

Zo dan, indien iemand in Christus is, die is een nieuw schepsel. Het oude is voorbijgegaan, ziet het is alles nieuw geworden. Pniël en Christus behoren bij elkaar. Het aangezicht Gods zien en léven, dat is Christus aanschouwen. Ik was schoon aan mijn eind, zegt Jakob, zijn heup doet pijn. Maar nu ben ik een ander mens, want ik werd in Pniël vernoemd naar de grote strijder Gods, die de zege behaald en de zegen betaalde: Israël. Ik was schoon aan mijn eind zegt Paulus, van zijn Pniël, op de weg naar Damascus. Saul. Saul. Ik leef, maar niet meer ik. Nu ben ik een ander mens: Christus leeft in mij.

Christus

Het andere dat is die Ander. Alleen in en uit Hem is het waar. Ik, Jakob, kan het niet waarmaken, maar Hij staat ervoor in. Hij drukt Zijn stempel door de Heilige Geest op mijn leven. Nu is het nieuw, waarachtig, eeuwig nieuw. Wat wij te wachten, wat wij te duchten hebben, het licht van de openbaring Gods in Christus valt over ons levenspad. Het oude wil zich steeds laten gelden, maar het is verleden tijd. Het heeft zich overleefd, sinds ik aan mijzelf stierf. Wat ik leef, leef ik voor God.

En Jakob noemde de naam van de plaats Pniël. Daar was Hem de God van Bethel ontmoet, daar was de kennis van de God van Jakob uitgediept tot een kennis van de God Israëls. Het een verklaart het ander niet van onwaarde, maar neemt het op en diept het uit. De God van Bethel is de God van Pniël. En de God van Pniël blijft de God van Bethel, zodat Pniël op zijn beurt een huis Gods is, een poort van de hemel.

Luister deze blog als podcast

Lees verder over dit onderwerp

Ds. W.L. Tukker over bekering (1)

Aan de hand van Zondag 33 van de Heidelbergse Catechismus legde ds. W.L. Tukker (1909-1988) uit wat bekering is. Hij...