Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Luister de podcast

dinsdag 19 oktober

Ds. W.L. Tukker: Christus bidt voor de kerk

Wij kennen de gebeden van Christus bij het laatste avondmaal en aan het kruis. Op dit moment bidt Hij echter nog steeds. Nu aan de rechterhand van Zijn Vader. Voor wie? Voor Zijn kinderen op deze aarde en voor Zijn kerk. 

Gemeente

Volgens ds. W.L. Tukker (1909-1988) behartigt Christus in de hemel niet alleen de belangen van enkelingen, maar ook van de kerk als geheel. ‘Christus staat voor leden van de kerk, voor kerken en voor “de” kerk. Dat is een zeer troostrijke gedachte, dat Hij niet alleen aan personen denkt in Zijn gebedsarbeid, maar meer, aan gemeenschappen, nog meer, aan de grote gemeenschap aller heiligen.’ 

De Heere bidt dus voor meer dan alleen afzonderlijke personen. Tukker: ‘Wij zijn doorgaans zo egocentrisch en denken zo vaak aan wat de Heere voor ons en aan ons persoonlijk doet. Op zichzelf nodig: het geloof is een persoonlijke zaak. De Heere begint Zijn kerk ook te bouwen met enkelingen. Dit moeten vooral zij bedenken, die alleen maar in gemeenschapsbetrekkingen en verbanden denken en zeker zij die alleen maar aan de kerk in het algemeen denken. 

Maar de Heere zet de Zijnen altijd in een gemeenschap: de gemeente en dan nog in een wijder verband: de kerk. Die hebben ook een plaats in Christus’ hogepriesterlijke arbeid, bijzonder dan in Zijn bede voor de gemeente apart en voor de kerk. Hij wandelt in de hemel tussen de zeven gouden kandelaren, houdt hun lampen brandende en Hij houdt ook de zeven sterren in Zijn rechterhand. De kandelaren stellen de gemeenten voor, zeven: dat wil zeggen alle gemeenten. Hij geeft nu eens Zijn bijzondere zorg aan deze gemeente, dan aan die. Maar Hij verzorgt ze alle. Er moet niet slechts hier en daar in de gemeenten een levende christen zijn, die met David kan zeggen: ‘Want Gij doet mijn lamp lichten’ (Ps. 18: 29a). De gemeente moet levend zijn, een lichtende lamp.’

Leven uit God

Een gemeente is volgens Tukker een levende gemeente dankzij de voorbede van Christus. ‘Wat een eer voor Hem, als een gemeente leeft. Leeft bij het Woord, leeft uit het Woord, leeft in de instellingen Gods. Als dat zo is, dan leeft zo’ gemeente zeker onder de biddende handen van de Middelaar.

De zeven sterren, die Jezus in de hemel in Zijn rechterhand houdt, stellen de voorgangers, de herders, de leraars van de gemeenten voor. Die houdt Hij in de rechterhand; de sterke rechterhand, de hand van grote daden, de hand van wijsheid. Christus doet wat met Zijn dienstknechten, een groot, een prachtig, een wijs werk. Leraren van de kerk moeten schitteren. Dat doen ze alleen in Zijn hand, dat doen ze alleen in hun gemeenten, dat doen ze alleen in het Woord, door een van Hem gezegende bediening. Dat zit hem in Zijn voorbede. 

Kan dat dan ook zo zijn met een hele kerk? Dat moet zo zijn met de hele kerk. En dat kan en dat zal , als het offer van Christus tot verzoening van de zonde, als het offer van Christus tot verzoening van de zonde, als het offer van Christus in de toepassende bede van Christus, zegeningen verspreidt over het volk. Dan is de gemeente van de Heere een lof Gods op aarde, een stad boven op een berg, een licht op de kandelaar. Als de kerk leeft, leeft uit de genade, leeft uit Zijn genadige handen, uit de biddende, zegenende, gevende handen, dan kan dat. Er zijn soms kerken, klein en goed, waar het leeft, het Woord leeft, de genade leeft. Er zijn soms landskerken, waar werkelijk de Heere tussen de gouden kandelaren wandelt en waar Hij duidelijk de leraren in Zijn hand houdt, in Zijn rechterhand.’ 

Leestip: De weg van het Woord in de het spoor van de vaderen – verzamelde opstellen van ds. W.L. Tukker (Kok, Kampen, 1979). 

Luister deze blog als podcast

Lees verder over dit onderwerp

Ben je werkelijk een christen?

‘Van aangezicht tot aangezicht met de gekruisigde Heiland, mocht ik de God van de genade ervaren. En wel op zo’n...