Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Luister de podcast

woensdag 23 november

Geen voorwaarden om tot Christus te komen

‘Het Evangelie heeft geen slagboom die de één buiten sluit en de ander toelaat.’ Dit stelt Hugo Binning in een preek over 1 Joh. 3: 23: ‘En dit is Zijn gebod, dat wij geloven in de Naam van Zijn Zoon Jezus Christus, en elkander liefhebben, gelijk Hij ons een gebod gegeven heeft.’

‘Het werk van de Geest is inderdaad om te overtuigen van zonde en daarna van gerechtigheid,’ aldus Hugo Binning (1627-1653) in een preek die werd uitgegeven door stichting Tabernakel. ‘Wanneer ons geboden wordt te geloven, gaat het er allereerst om dat we toestemmen in de wet en ons daaraan onderwerpen en dat we ons onderwerpen aan het recht van God. Het uiteindelijke doel is dat we tot geloof in het Evangelie komen.’

Geloof

‘Gij gelooft in God, gelooft ook in Mij’ (Joh. 14:1). Dit omvat de twee kanten van het zaligmakend geloof: het geloof in God als Wetgever en Rechter en het geloof in de Heere Jezus Christus als Zaligmaker en Verlosser. Bij velen zorgt het voor een misverstand wanneer het één beschouwd wordt als een voorwaarde voor het ander. Ik ben ervan overtuigd dat beide van wezenlijk belang zijn in het zaligmakende geloof. Voor geen van beide geldt dat het één recht van toegang geeft tot het ander. Het kent slechts die volgorde die past bij ieders natuurlijke aard. Het wordt alleen om deze reden van u geëist, omdat het toevlucht nemen tot de Zaligmaker een bewuste daad van het verstand is. Zonder besef van onze ellende buiten Hem, zullen we nooit de toevlucht tot Hem nemen. 

Dit wil echter niet zeggen, zoals weleens wordt gedacht, dat het besef van zonde en ellende ons voorbereidt en ons meer geschikt maakt om bij Christus welkom te zijn. Dan is het ook te begrijpen dat het bevel om te geloven komt tot iedereen die het hoort. Het geldt dus zelfs voor de grootste en grofste zondaren; voor de stijven van hart en hen die ver van de gerechtigheid zijn (naar Jes. 46:12). Het komt tot hen die geld besteden aan wat geen brood is en hun arbeid aan wat niet verzadigen kan (naar Jes. 55:2). Het betreft hen die met hun onbe- sneden harten een werelds leven leiden. En zo komt het gebod om tot de Zoon te komen en in Hem te geloven om het leven te ontvan- gen tot hen allemaal. Iedereen wordt genodigd, gesmeekt, bevolen, ja gedreigd, tot deze plicht. Niemand wordt uitgesloten. Het Evangelie heeft geen slagboom die de één buiten sluit en de ander toelaat. 

Onvoorwaardelijk

Velen veronderstellen dat de beloften voorwaardelijk zijn. Zij zien de beloften als beperkingen op het recht om te geloven. Het is waar dat niet iedereen ervaart dat hij gemaand wordt om zeker te zijn van Gods liefde en van zijn deel aan Christus. 

Niemand heeft immers het recht op deze verzegeling dan zij die geloofd hebben en het zegel van hun geloof aan de waarheid van het Woord hechten. Maar iedereen wordt bevolen in Christus te geloven; om vanuit een besef van zijn eigen verlorenheid een Verlosser te omhelzen om gerechtigheid en kracht te ontvangen.

Men hoeft niet bang te zijn dat iemand te snel tot Christus komt. Wij hoeven niemand buiten te sluiten of de toegang te ontzeggen. Als men geen besef van zonde en ellende heeft, zal men zeker niet tot Christus komen. Daarom eist het gebod om in de Zoon te geloven, óók dat men gelooft dat men buiten Hem verloren is.’ 

Wil je de hele preek lezen? Zie www.tabernakel.nl. Van harte aanbevolen!

Luister deze blog als podcast

Lees verder over dit onderwerp

Abrahams’ offer (2)

„Neem uw zoon en offer hem aldaar op één der bergen, die Ik u zeggen zal". Offeren! Mijn zoon offeren. Een...