Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

dinsdag 1 december

God kan meer doen, dan ik ooit begrijpen kan

Een christen leert God vertrouwen, door ervaringen heen. Maarten Luther (1483-1546) meende dat christenen niet altijd sterk zijn. ‘Zij komen in nood en roepen: Abba, lieve Vader!’ Luther concludeert: ‘Waar dat geroep vernomen wordt, daar zijn de kinderen Gods.’

Christus

Paulus onderwijst christenen in Romeinen 5: 1-5 over geloof, hoop en lijdzaamheid. Christenen overkomt tegenslag. Luther: ‘Dat God Jezus laat verzinken in de nood van het kruis, zal Hij met Zijn leden ook niet anders te werk gaan.’ Blijkbaar moet het geregeld door de diepte heen, om door ervaring gelouterd te worden. 

Wie de Heere niet volgt, slaat de schrik in allerlei omstandigheden om het hart. We hebben het leven immers niet in de hand. Door de prediking van boete en vergeving van zonden, komt er volgens Luther verandering. ‘Zo worden dan de gewetens anders gezind. Zij vrezen voor geen schepsel en houden het ervoor en hopen dat God hun Heiland is.’ 

Hoop

De Heere laat tegenslagen toe op het levenspad van hen die Hem volgen. Soms geeft Hij een belofte, waarna de uitkomst daarvan haast onmogelijk wordt. Dat overkwam Abraham, toen God hem een zoon beloofde. Toen hij Izaäk kreeg, vroeg God vervolgens om hem te offeren.

Luther: ‘Nu Abraham’s hart de angst gevoelt, onderwijst de hoop hem. Bekommer u niet al te zeer, God kan niet liegen. En al laat Hij ook grote watergolven over het geloof heen bruisen, de hoop ligt stil in het zand en bedenkt: God kan meer doen, dan ik ooit begrijpen kan. God kan mij Izaäk ook wel weer uit de as opwekken. Zulk een hoop doet Abraham staande blijven tegen deze stoot. In deze hoop ligt de levendig verzekerdheid, dat wij een Voorzienigheid hebben en Gods kinderen zijn. Zodat er een zuchten in het hart is: ach God, als U maar houdt wat U beloofd hebt! Dat is een zeker teken van de Voorzienigheid. En als wij dat niet in ons hebben, laat ons dan maar naar het kruis kruipen en er God om bidden.’ 

Sporen

Luther vergelijkt tegenslag met de sporen die een ruiter in de zijde van het paard drukt. We worden aangespoord om onze toevlucht tot Christus te nemen. Het gevolg daarvan is een dieper vertrouwen op God. ‘Deze lijdzaamheid, door welke wij alles aan onze Heere overlaten, brengt ervaring. Word ik heden aangevochten, dan leert ik God vertrouwen in iets anders. Zodat ik het volgende ongeluk geringer kan achten dan het eerste en zeggen kan: heeft God mij in het vorige trouw terzijde gestaan, Hij zal het ook nu doen.’ 

Wat maakt verschil tussen een gelovige en een ongelovige, in het lijden? Ongelovigen leven volgens Luther in vertwijfeling, omdat zij de ervaring van de troost door de Heilige Geest missen. Gelovigen gaan ook door vertwijfeling heen, maar dan wekt God de hoop weer op. ‘Deze hoop zucht met de Geest: ach, waar is nu mijn God? Dat Hij mij nu maar hielp en vertroostte! Dat zijn de oefeningen, welke God werkt in de Zijnen die Hem liefhebben.’


Leestip: Stemmen uit Wittenberg, Gereformeerde Bibliotheek Goudriaan (1975)

Lees verder over dit onderwerp

John Bunyan over God als Vader

‘Al wat de Vader mij geeft zal tot Mij komen’, zei Jezus. John Bunyan (1628-1688) legt uit wat we hiervan kunnen...