Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Luister de podcast

woensdag 7 september

J.C. Ryle: Meer kennis van Christus

Martha is ervan overtuigd: ‘Als Jezus er erbij was, leefde Lazarus nog. Nu is hij gestorven.’ Er ontstaat in Johannes 11 een gesprek tussen Martha en Jezus, waarbij zij Hem belijdt de Zoon van God te zijn. Wat leren we van deze geschiedenis? 

Zwak geloof

‘Als eerste leren wij wat een vreemde mengeling van genade en zwakheid zelfs in de harten van ware gelovigen kan gevonden worden.’ Dat blijkt volgens Ryle in de reactie van Martha en Maria op het overlijden van Lazarus. Als Jezus wilde dat Lazarus was blijven leven, had Hij hem immers ook op afstand kunnen genezen. Ryle concludeert: ‘Zij kende, maar ten dele. Zij geloofde, maar haar geloof was gemengd met veel ongeloof. Toch waren Martha en Maria echte kinderen van God en ware christinnen.’

Volgens Ryle geeft de Heere dit onderwijs met een doel: ‘Het is goed ons te herinneren wat ware christenen werkelijk zijn. Veel en groot zijn de dwalingen waarin de mensen vallen, door een verkeerde inschatting van karakter van een christen.’ We zijn nog niet in de hemel, stelt de pastor. ‘Laat ons het in onze zielen prenten, dat heiligen op aarde geen volmaakte engelen zijn, maar alleen bekeerde zondaars. Zij zijn vernieuwde zondaars, veranderd, geheiligd ongetwijfeld; maar zij zijn toch zondaars, en zullen dat blijven, totdat zij sterven. Zoals bij Martha en Maria is hun geloof vaak met veel ongeloof vermengd, en de genade met veel zwakheid. Gelukkig is dat kind van God, die deze dingen verstaat, en geleerd heeft eerlijk te oordelen over zichzelf en anderen. Zelden zullen wij een heilige vinden, die niet vaak het gebed nodig heeft: “Ik geloof, Heere; kom mijn ongelovigheid te hulp.”

Heldere inzichten

Als tweede leren we volgens Ryle uit deze geschiedenis dat het belangrijk is om helder zicht te krijgen op Christus. Dat blijkt in het gesprek tussen Jezus en Martha: ‘In antwoord op haar onbepaalde en weifelende uitdrukking van geloof in de opstanding op de laatste dag, verkondigt Hij de heerlijke waarheid: “Ik ben de opstanding en het leven; – Ik, ja Ik uw Meester, ben degene die de sleutels van leven en dood in Mijn handen heb.” En dan prent Hij haar nog eens die oude les in, die zij ongetwijfeld vaak gehoord, maar nooit geheel en al begrepen had: “Die in Mij gelooft, zal leven, al ware hij ook gestorven; en een iegelijk die leeft en in Mij gelooft, zal niet sterven iá eeuwigheid.”

Veel christenen klagen volgens Ryle over een gebrek aan troost in hun godsdienst. ‘Zij voelen niet de inwendige vrede die zij wensen. Laat hen weten dat algemene en onbepaalde begrippen van Christus te vaak de oorzaak zijn van al hun angsten. Zij moeten proberen dit met grote aandacht en duidelijkheid te zien. Zij moeten Christus’ liefde en macht jegens hen steeds geloven en vaster aangrijpen, en de rijkdommen die Hij zelfs in deze wereld voor hen heeft klaargelegd. Velen onzer zijn, helaas! gelijk aan Martha. Een beetje algemene kennis van Christus als de enige Zaligmaker, is vaak alles wat ze bezitten. Maar uit de volheid die in Hem woont, van Zijn opstanding, zijn priesterschap, en middelaarschap, Zijn onwankelbaar medelijden, hebben wij weinig geloof, of niets gevoeld. Het zijn dingen, waarvan onze Heere tot velen zou kunnen zeggen, zoals Hij deed tot Martha: “Gelooft u dat?”

Volgens Ryle hangt dit samen met kennis van Christus. We zijn volgens Hem te luie leerlingen in de school van Christus geweest. Hij moedigt christenen aan om meer kennis op te doen van ‘de kracht van Zijn opstanding’ (Fil. 3: 10). Ryle: ‘Als ware christenen wilden oefenen wat Paulus zegt, “te begrijpen wat de breedte en lengte en diepte en hoogte is en de liefde van Christus te kennen, die de kennis te boven gaat,” zouden zij verbaasd staan over de ontdekkingen die zij zouden doen. Zij zouden snel zoals Hagar ervaren, dat er bronnen van water zijn dicht bij hen, waarvan zij geen kennis hadden. Wij zouden spoedig ontdekken dat er meer van de hemel is te genieten op aarde, dan zij ooit mogelijk hadden gedacht. 

De basis van een gelukkig dienen van de Heere is een duidelijke, onderscheiden, wel omschreven kennis van Jezus Christus: Meer kennis zou Martha veel zuchten en tranen bespaard hebben. Kennis alleen, als zij niet geheiligd is, “maakt opgeblazen” (1 Kor. 8: 1). Toch kunnen wij niet genoeg zonder heldere kennis van Christus in al zijn weldaden wachten, in het geloof om opgebouwd te worden, en standvastig te zijn in een tijd van nood.’

Luister deze blog als podcast

Lees verder over dit onderwerp

Ds. W.L. Tukker over bekering (1)

Aan de hand van Zondag 33 van de Heidelbergse Catechismus legde ds. W.L. Tukker (1909-1988) uit wat bekering is. Hij...