Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Luister de podcast

vrijdag 1 maart

J.C. Ryle over de hemel – wie er wèl binnenkomen (6)

De tekst heeft u verteld wie de hemel niet zullen binnengaan. O, wat een grote groep mensen wordt door deze woorden buitengesloten! Maar er wordt ons meer verteld, namelijk wie daar wél zullen binnengaan. Kort en eenvoudig staat er: ‘Maar die geschreven zijn in het boek des levens des Lams.’ 

Boek

Wat is dit boek des levens? Er is een boek, een klein boek, een boek dat voorbereid is van eeuwigheid, dat God de Vader verzegeld houdt: het boek van Zijn verkiezing. Van dit boek weet de mens niets, behalve de gezegende waarheid dat het bestaat. Met dit boek heeft de mens weinig of niets te maken. Maar er is nog een ander boek, een klein boek, dat in het bijzonder aan de Heere Jezus Christus toebehoort. Dit boek is nog niet voltooid, ook al worden er jaar in, jaar uit nieuwe namen bijgeschreven. Dit boek is nog open; het ligt nog steeds gereed om namen van gelovige boetelingen te ontvangen. Er zijn nog lege bladzijden opengelaten voor u. Dit is het boek des levens des Lams. Wie zijn er in dit kostbare boek opgeschreven? Hun namen ken ik niet, maar hun karakter wel en ik zal proberen u dat in het kort te schetsen, voor de laatste keer. 

Onrein

Ze hebben allemaal werkelijk berouw. Ze zijn overtuigd van hun eigen onwaardigheid in Gods ogen. Zij hebben ondervonden een zondaar te zijn, in daad en in waarheid. Ze hebben getreurd over hun zonden. Die hebben ze gehaat en gelaten. De herinnering eraan doet pijn, de last ervan is ondragelijk. Ze denken niet langer goed over hun eigen staat en denken niet meer dat ze geschikt zijn om gered te worden. Met hun hele hart beleden ze: ‘Heere, ik ben echt de grootste van de zondaren – Heere, ik ben inderdaad onrein.’

Jezus Christus

Ze geloven allemaal in Jezus Christus. Ze hebben de uitnemendheid gezien van het werk dat Hij deed om hen te redden. De hele last van hun ziel wierpen ze op Hem. Ze hebben de Heere aangenomen als hun alles: hun wijsheid, hun gerechtigheid, hun rechtvaardiging, hun vergeving, hun verlossing. Andere mogelijkheden om hun schuld te betalen zagen ze niet; andere manieren om van de duivel bevrijd te worden vonden ze niet. Maar ze hebben geloofd in Christus en zijn tot Hem gekomen om gered te worden. Ze vertrouwen dat Christus kan wat zij zelf niet kunnen en steunend op Christus ondervinden ze volmaakte vrede. 

Leven

Ze zijn allemaal uit de Geest geboren en geheiligd. Ze hebben de oude mens met zijn daden afgelegd en de nieuwe mens aangedaan, die naar het beeld van God geschapen is. Ze zijn vernieuwd in de geest van hun gemoed. Aan hen is een nieuw hart en een nieuwe geest gegeven. Ze brengen de vruchten voort die als enige het bewijs vormen van de aanwezigheid van de Geest in hen. Misschien zijn ze gestruikeld en tekortgeschoten in veel dingen. Misschien hebben ze vaak over hun gebreken getreurd. Maar toch blijft hun leven zich dwars door alles heen uitstrekken naar heiligheid. Meer heiligheid, meer heiligheid – dat is altijd het verlangen van hun hart. Ze hebben God lief en leven voor Hem. 

Luister deze blog als podcast

Lees verder over dit onderwerp

Filippus en de kamerling (4)

„En alzo zij overweg reisden, kwamen zij aan een zeker water, en de kamerling zeide: Zie daar water, wat verhindert...

Filippus en de kamerling (3)

Wat las de kamerling uit Candacé in de profetieën van Jesaja? Ds.W.L. Tukker gaat daarop in, bij zijn meditatie over...

Filippus en de kamerling (2)

‘Die man had een boekrol bij zich van Jesaja. En daar zat hij op reis in te lezen. Hij was al in Jesaja 53!’ Aldus ds....