Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Luister de podcast

donderdag 13 april

Jezus’ afscheidswoorden aan Zijn discipelen (1)

Wat christenen te wachten staat is bij Christus vooraf bekend. Dat maakt Jezus duidelijk aan Zijn discipelen. Met name Petrus krijgt een boodschap te verwerken. Zijn einde zal niet meevallen. Jezus herhaalt daarbij wat Hij eerder tot de discipelen zei: ‘Volg Mij!’ (Joh. 21: 19). 

Toekomst

Volgens J.C. Ryle leren we van Jezus in Joh. 21 dat de toekomstige geschiedenis van de christenen bij Christus vooruit bekend is. Zowel in leven als sterven. ‘De Heere zegt tegen Simon Petrus: “Wanneer gij zult oud geworden zijn, zal een ander u gorden, en brengen waar gij niet wilt.”

Deze woorden waren een niet te weerspreken voorspelling van de manier waarop de apostel sterven zou. Zij werden in latere dagen verwezenlijkt, toen Petrus als martelaar voor de zaak van Christus gekruisigd werd. De tijd, de plaats, de manier, het pijnlijke voor vlees en bloed van de dood van de discipelen waren allemaal dingen die de Meester vooruitzag.

Troost

Deze waarheid is bijzonder troostvol voor een ware belijder. De kennis van toekomende zaken zou in de meeste gevallen een verdrietig weten zijn. Te weten wat ons zal overkomen, en toch niet in staat te zijn het te voorkomen, zou ons eenvoudig ellendig maken. Maar het is een onuitsprekelijke troost te bedenken, dat onze hele toekomst Christus bekend en door Hem vooruit beschikt is. Daar is geen toeval op onze levensreis. Alles van het begin tot het einde is vooruitgezien; beschikt door Eén die te wijs is om te dwalen, en te liefderijk om ons kwaad te doen.

Laten we deze waarheid in onze harten bewaren en haar ijverig in praktijk brengen in al de dagen van duisternis, die wij nog moeten doorgaan. In zulke dagen behoren wij ons te sterken met de gedachte: “Christus weet dit en wist het, toen Hij mij riep om zijn discipel te worden.” Het is dwaas, te kniezen en te morren over het verdriet van hen, die wij liefhebben. 

Niet klagen

Wij moesten liever bedenken, dat alles goed gedaan is. Het is nutteloos te treuren en tegen te stribbelen, als wij zelf bittere bekers hebben leeg te drinken. Wij moesten liever zeggen: “Dit is ook van de Heere. Hij voorzag het, en zou het voorkomen hebben, als het niet voor mijn bestwil was geweest.” 

Gelukkig zijn zij, die in de geest van die oude gelovige kunnen doordringen, die zei: “Ik heb een verbond met mijn Heere gemaakt, dat ik nooit iets kwalijk zal nemen, dat Hij mij aandoet.” Wij mogen soms op ruwe paden hebben te wandelen, op onze weg naar de hemel. Maar zeker is het een rustgevende, verzachtende gedachte: “Iedere stap van mijn reis was bij Christus vooruit bekend.”

Luister deze blog als podcast

Lees verder over dit onderwerp

Abrahams’ offer (2)

„Neem uw zoon en offer hem aldaar op één der bergen, die Ik u zeggen zal". Offeren! Mijn zoon offeren. Een...