Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Luister de podcast

dinsdag 16 augustus

Jezus het Licht van de wereld

‘Zonder licht is er geen leven mogelijk. In het licht dat wij dagelijks ontvangen ligt de mogelijkheid van bestaan, van groei, van arbeid; niet minder van veiligheid en vreugde.’ Aldus prof. W. Kremer in 1958 in een meditatie over Joh. 8: 12. 

Licht en leven

In de Bijbel is sprake van een nauwe verbinding tussen ‘licht’ en ‘leven’. Kremer: ‘Geen wonder dat ook het Woord van God telkens van het licht spreekt, als van de weg ten leven. Het is vooral in het evangelie van Johannes dat wij deze nauwe verbinding van licht en leven telkens terugvinden.

Christus Jezus, de openbaring Gods in deze wereld, heeft het recht zichzelf het Licht te noemen. Hierin is beeldspraak, maar zo, dat het tegelijk de volle werkelijkheid openbaart. Een beeldspraak, die teruggrijpt op het Oude Testament, waar zo vaak van het heil van de Heere als het licht gesproken wordt. Ja, de Heere had het aan Israël in de woestijn op zichtbare wijze zelfs doen zien, toen Hij in de wolkkolom overdag en in de vuurkolom ‘s nachts zijn volk tot een licht was. Het woord uit Johannes 8 herinnert daaraan. 

Loofhuttenfeest

Waarschijnlijk is het gesproken op het Loofhuttenfeest, waarop het volk weer terug leefde in de tijd, die het in de woestijn doorbracht. Op dit feest, dat een echt volksfeest was, werd op het tempelplein een grootse illuminatie ontstoken, ter herinnering aan het licht dat het volk door de woestijn leidde.

Denkelijk met een zinspeling hierop spreekt Jezus van zichzelf als het Licht der wereld.
Wat een zelfopenbaring gegrond in een heilig zelfbewustzijn spreekt hieruit! Zoals de HEERE vroeger Zich openbaarde in het „Ik ben”, zo spreekt hier de Christus, in Wie de openbaring Gods als samengebundeld is: Ik ben het Licht van de wereld. Hier is de doorbraak van de openbaring Gods naar heel de wereld. Wat een genade is hierin ten toon gespreid. God zelf gaat reddend lichten in de duisternis van dood en zonde, verderf en oordeel. Hij is het licht, maar Hij ook alleen.

Licht en duisternis

Was dit licht er niet, er zou alleen eeuwige nacht en ondergang zijn. Wij kunnen alleen maar duisternis voortbrengen; uit God alleen is het licht en daarom het leven. Zullen wij dit doorgronden? Nooit! Wie het licht doorvorsen wil kan er zich alleen maar stekeblind in zien. Alleen wie erbij leert wandelen zal leven. Wanneer Christus zich hier het Licht noemt is dit een samenvatting van alle heil. Vandaar dat dit Licht zo nauw verbonden wordt met leven. Er gaat van het Licht ontdekkende werking uit. Het is actief in het openleggen van de dingen. Wie kwaad doet haat daarom het licht, het maakt openbaar. Van nature zijn wij dan ook de lichtschuwen. Wij blijven liever in de duisternis.

Waar de Heere begint te werken valt het licht naar binnen. Jesaja heeft reeds van de Knecht van de Heere gezegd dat Hij gegeven wordt „tot een licht der heidenen, om te openen de blinde ogen, om de gebondenen uit te voeren uit de gevangenis, en uit het gevangenhuis, die in duisternis zaten”. Geen wonder dat de Schrift spreekt van verlichte ogen van het verstand.

Van nature zijn wij dan ook de lichtschuwen. Wij blijven liever in de duisternis.

Ontdekkend

Het licht maakt openbaar. Al wat met de zonde en de duisternis samenhangt wordt door dit licht aan de dag gebracht. Wij spreken hier terecht van „ontdekking”. Zoals het zoeklicht de nacht scheurt en wat het beschijnt vasthoudt, zo houdt Gods ontdekkend licht ons vast.

Maar het is genadelicht, het is ontdekking tot behouden en niet tot verderf en oordeel. Hoe arm en waardig om te veroordelen worden we in dat licht. Maar ditzelfde licht is ook ontdekkend in andere zin. Zoals het zonlicht de mens laat zien waar de begaanbare weg ligt en hoe hij er komen kan, zo ook Christus. Waar wij mogelijk meenden dat geen weg was wordt het pad van het leven geopend. Of ook: de weg waar wij dichtbij leefden ging open als de weg ten leven.

Christus

Hoe rijk in haar noodzaak, mogelijkheid en kracht kan de weg van de verlossing worden als zij in het licht Gods openvalt. En hoe maakt Christus zelf zich bemind als het Licht, wanneer Hij zichzelf in zijn gepastheid voor de ziel openbaart.

Wie iets van het Licht zag gaat het al meer verlangen. En we gaan verstaan: in Uw licht zien wij het licht. Hoe hartelijk wordt de bede de onze: Laat Uw licht mij leiden. Dit licht te volgen is wat de Schrift anders geloven noemt. Er ligt dan relatie tussen ons en het Licht in al zijn werkingen. 

Geen wonder dat er sprake is van het licht van het leven. Dit is inderdaad leven in vergelijking met de doodstaat van de duisternis. Het gééft leven en doet leven. En dit licht zal licht van het leven zijn ook in en door de dood die straks komt. Inderdaad: het pad van de rechtvaardigen is als een schijnend licht, voortgaande en lichtende tot de volle dag, die komt. U, die het Licht zijt, verlicht ons, nu en voor altijd.

De Wekker, jaargang 1958, meditatie prof. W. Kremer. 

Leestip: Ds. D. H. J. Folkers deed een studie naar de prediking van prof. W. Kremer en zijn boekje ‘Priesterlijke prediking’. Hij verzamelde preken en meditaties van prof. Kremer en gaf het opnieuw uit. Bovenstaande meditatie komt daar overigens niet in voor.

Luister deze blog als podcast

Lees verder over dit onderwerp

Ds. W.L. Tukker over bekering (1)

Aan de hand van Zondag 33 van de Heidelbergse Catechismus legde ds. W.L. Tukker (1909-1988) uit wat bekering is. Hij...