Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Luister de podcast

dinsdag 31 januari

John Bunyan over Jezus’ werk als Voorspraak in de hemel (3)

‘Nadat de Heere Jezus aldus onze zonden op zich heeft genomen, en aan God al de verdiensten die Hij in zich heeft, heeft voorgesteld, vraagt Hij in de volgende plaats om uitspraak, of Hij eist een rechtvaardig vonnis op de voldoening, die Hij aan God en aan Zijn Wet gedaan heeft.’ John Bunyan legt uit wat Jezus’ pleiten bij de Vader betekent voor hen die Hem toebehoren. 

Vrijspraak

Jezus vraagt om een vonnis, waarbij Hij Zelf de schuld voldaan heeft. Daarom gaan verloste zondaren vrijuit. Bunyan: ‘Dan gebeurt de afkondiging in het openbaar, die als volgt luidt: “Doet deze vuile klederen van hem weg, ” van hem die gezondigd heeft, en kleedt hem met wisselklederen. Zach. 3. Zo is dan de ziel, die gezondigd heeft, gered. Zo heeft dan de God van de hemel er vrede bij, dat zij behouden worden. Zo is dan de Satan tot schande gemaakt en Jezus wordt groot gemaakt; geloofd en geprezen door de engelen in de hemel en de gelovigen op aarde. Hosanna! hosanna! De Koning leve! Valt neer! Valt neer! Kniel en aanbid! klinkt u toe van alle kanten! Maakt groot de Heere, want Hij heeft ons bij God gekocht met Zijn bloed! Halleluja! 

O kinderen van God, moesten wij hier niet wegsmelten in tranen van aanbidding voor de liefde van Christus, die onze ongerechtigheden op zich heeft genomen. Die een rantsoen voor ons geworden is. Valt neer en aanbidt, zie het Lam Gods, dat de zonden van de wereld wegneemt! Zie daarom op Jezus, indien u gezondigd hebt, op Jezus als op de Voorspraak, die voor u pleit bij de Vader. Zie op niets anders, want Hij kan u zeggen, Hij alleen, hoe Hij u zal verlossen. Ja, Hij verlost u in de weg van gerechtigheid en recht; en dit is een wonder, en tot beschaming van de Satan. Dat tot Zijn heerlijkheid bijdraagt, en ook tot uw volkomen verlossing, wat u tot troost en zaligheid zal zijn.’

Tegen de duivel

Vervolgens legt Bunyan uit wat dit betekent voor de duivel. ‘Nu moet ik u aantonen hoe Christus zijn ambt als Voorspraak bij de Vader uitoefent tegen de tegenstander. Want Hij pleit bij de Vader, maar Hij pleit tegen de duivel. Bij de Vader pleit Hij op de Wet en het recht, maar tegen de tegenstander veroorlooft Hij zich meer vrijheid. 

Ik zeg, wanneer Hij tegen de tegenstander pleit, dan breidt Hij het gebied van Zijn bewijsgronden uit boven en behalve diegenen, die Hij bij God Zijn Vader aanvoert. Het is ook niet noodzakelijk, dat onze Voorspraak, wanneer Hij tegen de Satan pleit, zich zo stipt tot de wet zou beperken, als wanneer Hij bij Zijn Vader pleit. De gelovige is de Satan niets schuldig, wanneer hij zondigt, hij heeft zijn wet niet geschonden. Waarom zou Hij dan, wanneer Hij voor het behoud van Zijn volk pleit, de Satan enig recht toekennen? 

Toen Christus stierf, stierf Hij niet om de Satan te voldoen, maar Zijn Vader. Niet om de duivel te bevredigen, maar om de eis van Gods gerechtigheid te beantwoorden. Ook was het zijn bedoeling niet, toen Hij aan het hout hing, om over de Vader te triomferen, maar wel over de Satan, “Hij verloste ons” daarom “van de vloek van de wet, door Zijn bloed. Gal.3:13. En van de macht van de duivel door Zijn opstanding. Hebr. 2:14. Hij verloste ons van het rechtvaardig oordeel, door de prijs en het koopgeld, maar van het geweld en de woede van de hel, door strijd en overwinning.’

Luister deze blog als podcast

Lees verder over dit onderwerp

Filippus en de kamerling (4)

„En alzo zij overweg reisden, kwamen zij aan een zeker water, en de kamerling zeide: Zie daar water, wat verhindert...

Filippus en de kamerling (3)

Wat las de kamerling uit Candacé in de profetieën van Jesaja? Ds.W.L. Tukker gaat daarop in, bij zijn meditatie over...

Filippus en de kamerling (2)

‘Die man had een boekrol bij zich van Jesaja. En daar zat hij op reis in te lezen. Hij was al in Jesaja 53!’ Aldus ds....