Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Luister de podcast

donderdag 18 november

Matthew Henry: Christus’ lijden

De Heere Jezus heeft onze ziekten op zich genomen, aldus Jesaja in zijn profetie. Hij was gehoorzaam, tot de kruisdood toe. Een weg van vernedering. Matthew Henry toont hoe Hij dit lijden doorstond. 

Lijden

Christus’ leed om de schuld van zondige mensen te verzoenen. Als een Middelaar in hun plaats, voor het aangezicht van Zijn Vader. Hij volbracht, wat geen mens volbrengen kan. Als het Lam dat de zonde van de wereld wegneemt. Een weg van vernedering, waar Matthew Henry zes aandachtspunten bij benoemd naar aanleiding van Jes. 53: 4-5. 

1. Ziekte 

Henry: ‘Hij had smarten en ziekten. Daarmee was Hij bekend en vertrouwd. Hij deinsde er niet voor terug. Wanneer smarten en ziekten Hem toebedeeld werden, droeg Hij die en morde niet tegen Zijn lot. Hij droeg ze, deed geen poging om ze te ontkomen en zonk er niet onder neer. De last was zwaar en de weg lang, maar Hij werd niet vermoeid maar volhardde tot het einde. Totdat Hij zeggen kon: het is volbracht!’

2. Slagen

Henry: ‘Hij had slagen en wonden; Hij werd verbrijzeld en bedroefd. Zijn smarten wondden Hem. Hij voelde er pijn en leed er door. Zij tastten Hem aan in Zijn teerste delen, vooral toen God onteerd werd en God Hem aan het kruis verliet. Voortdurend werd Hij met de tong gekwetst. Hij werd belasterd en tegengesproken. De slechtste hoedanigheden werden Hem toegeschreven. Van alle mogelijke kwaad werd Hij beschuldigd. En eindelijk werd Hij met slag op slag door de hand mishandeld.’ 

3. Wonden

Henry: ‘Hij had wonden en geselstriemen. Hij werd gegeseld. Niet volgens de milde toepassing van de Joodse wet, die niet toestond om meer dan veertig slagen te geven, ook aan de ergste misdadigers, maar op de wijze van de Romeinen. En Zijn geseling was ongetwijfeld des te strenger, omdat Pilatus bedoelde die toe te dienen als vervanging van de kruisiging; hoewel zij er door voorbereid werd. Hij werd gewond in handen, voeten en zijde. En ofschoon bepaald was dat geen been aan Hem gebroken zou worden, was er nauwelijks een plekje aan Zijn lichaam dat onaangeraakt bleef. (Hoe genadig dat wij, ook als wij geroepen worden om voor Hem te lijden, het zo vreselijk zwaar niet hebben!) Maar van Zijn met doornen gekroond hoofd, tot Zijn voetzolen die aan het kruis genageld werden, was Hij één en al wond.’ 

4. Verdrukt

Henry: ‘Hij werd verongelijkt en verdrukt (Jes. 53: 7). Hij werd onrechtvaardig en met hardheid behandeld. Dat waaraan Hij geheel onschuldig was, werd Hem ten laste gelegd. Dat wat Hij niet verdiend had, moest Hij ondergaan. Naar ziel en lichaam werd Hij bedroefd. Zijn verdrukking trok Hij zich aan; hoewel Hij geduldig was, werd Hij er niet gevoelloos onder. Maar Hij mengde Zijn tranen met die van andere verdrukten, die geen trooster hebben, omdat aan de zijde van de vedrukkers macht was (Pred. 4: 1). Verdrukking is een zware beproeving, zij heeft menige wijze gek gemaakt (Pred. 7: 7). Maar onze Heere Jezus, ofschoon Hij verdrukt en bedroefd was, bleef Zijn ziel meester.’ 

5. Veroordeeld

Henry: ‘Hij werd veroordeeld en gevangen genomen. Wat wordt uitgedrukt door de woorden: van gevangenis en oordeel genomen (vs 8, Engelse vertaling). Toen God Hem zonde voor ons maakte, werd er verder tegen Hem opgetreden als een misdadiger. Hij werd vervolgd, in een verzekerde bewaring genomen, gevangene gemaakt. Voor de rechtbank gebracht, beschuldigd, onderzocht, veroordeeld, overeenkomstig de vormen van de wet. God leidde dat proces tegen Hem. Liet Hem naar aanleiding daarvan veroordelen en sloot Hem op in de gevangenis van het graf, waarvan de ingang met een grote verzegelde steen gesloten werd.’ 

6. Dood

Henry: ‘Door een vroege dood werd Hij afgesneden uit het land van de levenden. Hoewel Hij Zijn leven zo nuttig mogelijk besteed had en zoveel goede daden gedaan had. Alle van die aard, dat niemand denken zou dat men Hem om één daarvan stenigen zou. Hij is afgesneden uit het land van de levenden en Zijn graf is bij de goddelozen gesteld. Want Hij werd gekruisigd tussen twee moordenaars, alsof Hij de slechtste van de drie was. En toch was Hij bij de rijken in Zijn dood. Want Hij werd begraven in het uitgehouwen graf van Jozef, een aanzienlijke raadsheer. Hoewel Hij met de misdadigers stierf en volgens de gewone wijze van handelen met misdadigers, met hen begraven zou zijn in de plaats waar Hij gestorven was, had God hier voorzegd en het door Zijn voorzienigheid zo beschikt, dat Zijn graf bij de onschuldigen zou zijn. Bij de rijken, zodat zelfs te midden van Zijn lijden een teken van onderscheiding gesteld werd tussen Hem en hen die werkelijk de dood verdienden.’ 

Leestip: Verklaring va n het Oude Testament, Jesaja; Matthew Henry (Kok, Kampen, 1915).

Luister deze blog als podcast

Lees verder over dit onderwerp

Ds. W.L. Tukker over bekering (1)

Aan de hand van Zondag 33 van de Heidelbergse Catechismus legde ds. W.L. Tukker (1909-1988) uit wat bekering is. Hij...