Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Luister de podcast

woensdag 8 september

Psalm 19: de heerlijkheid van God (2)

In het eerste deel van Psalm 19 bezingt David Gods heerlijkheid, zoals deze zichtbaar wordt in de natuur. Het tweede deel van Psalm 19 doet ons God kennen door het Woord. 

Zon

Zich koesterend in het zonlicht van Gods heerlijkheid, gaf David in het eerste deel van Psalm 19 hoog op over de Heere. Heel de natuur toont ons de Schepper. Het boek van de natuur toont Zijn majesteit en schoonheid. Vanaf vers 8 opent David het tweede boek, dat van de Bijbel. Door Gods geopenbaarde Woord weten we niet alleen dat de Heere bestaat, maar leren we Hem ook kennen in Wie en hoe Hij is. De puritein David Dickson (1583-1663) mediteert daarover in zijn uitleg bij de Psalmen. 

Woord 

‘Het volgende deel van zijn (Davids’) meditatie betreft de glorie van de Heere, die in Zijn Woord en de Schriften is uitgedrukt. Waarvan het licht meer noodzakelijk is voor ons heil dan het zonlicht voor onze lichamen. Daarom beveelt hij dit punt van Gods heerlijkheid hoog aan boven dat wat schijnt in het werk van de schepping, vanwege de perfectie, de krachtdadigheid, de onfeilbaarheid en de andere eigenschappen daarvan.’ 

Volgens David Dickson heeft de dichter dus hoog ontzag voor Gods spreken door Zijn Woord. Hij werkt dat uit in dertien aandachtspunten, waarvan ik in dit blog de eerste zes deel. De andere zeven volgen komende week.   

  1. De leer van leven en verlossing, die ons in Gods woord is vastgelegd, als een wet voor ons, en een regel van geloof en gehoorzaamheid, heeft geen versiering van menselijke tradities nodig, het is op zichzelf voldoende en heeft niets nodig voor redding, want de wet van de Heere is volmaakt.
  2. Geen enkele leerstelling, geen woord behalve deze goddelijke waarheid, vastgelegd in de Schrift, is in staat de zonde en ellende van de mens te ontdekken, of is er de remedie en verlichting van. Geen enkele leerstelling, behalve deze alleen, kan een ziel met kracht vernederen en haar tot God bekeren. Of maakt een ziel bewust van het verlies dat zij leed door de zonde. Want het is de eigenschap van deze wet of leerstelling, om zielen te bekeren.
  3. Iedereen die naar dit Woord luistert, zal tevreden zijn met wat de overtuiging en wil van de Heere in alle zaken van de godsdienst; met betrekking tot de dienst aan God en de redding van de mens. Want het is het getuigenis van de Heere, waarin Hij Zijn wil uitspreekt over wat Hij goedkeurt en wat Hij niet toestaat. 
  4. Als dit Woord juist wordt begrepen, zoals het kan worden begrepen wanneer het wordt vergeleken met zichzelf, het ene deel ervan met het andere, en ook door andere middelen die God heeft aangewezen; kan er veilig op worden vertrouwd. Het zal een mens niet teleurstellen; want het getuigenis van de Heere is zeker.
  5. Hoewel er veel diepe mysteries in dit Woord schuilen, wat de grootste geest kan uitdagen, is het toch voor de punten die nodig zijn voor de redding van elke ziel helder en duidelijk. Zodat het kan worden begrepen door mensen met een klein verstand. En het kan zij die anders eenvoudig van begrip zijn, wijs maken tot zaligheid. Want het is een getuigenis dat de eenvoudige wijsheid geeft.
  6. Niets wordt door God in Zijn Woord geboden, behalve datgene wat de verlichte ziel moet onderschrijven, als op zichzelf billijk en nuttig voor ons; want de inzettingen van de Heere zijn rechtvaardig.

David Dickson erkent dat de mens zichzelf leert kennen voor de spiegel van Gods Woord, als iemand die in zichzelf verloren is. Het Woord van God toont ons echter de Middelaar, ‘en komend tot de genade en barmhartigheid die in de Messias, Christus, wordt aangeboden, mag hij zichzelf zien binnengaan door de enige veilige weg van verlossing.’ Het Woord verlicht je ogen, door de Heilige Geest, zodat je oog krijgt voor Christus. 

Leestip: The Psalms, David Dickson, Banner of Truth Trust (1959). 

Luister deze blog als podcast

Lees verder over dit onderwerp

Gebed en het belijden van schuld

Bidden doen we bijna allemaal. Althans, de één meer dan de ander. Als de nood hoog is, blijken echter heel veel mensen...