Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Luister de podcast

woensdag 17 november

Ralph Erskine over biddende christenen

Christenen ervaren dat de Heere op het gebed uitkomst kan geven. Een weg door omstandigheden die voor ons niet zichtbaar was. Onze onmogelijkheden blijken voor de Heere niet in de weg te staan. 

Biddend

Ralph Ersine (1685-1752) nam bij biddende christenen vier opvallende kenmerken waar. In een serie preken over het gebed noemt hij deze, bij de uitleg van de woorden: volhardt in het gebed (Rom. 12: 12). 

1. Bloeiend

De kracht van het gebed blijkt volgens Erskine allereerst omdat ‘de biddende christen steeds de meest bloeiende christen is.’ Hij legt uit: ‘Het gebed is altijd zo’n machtig werk van de godsdienst, dat het altijd de persoon verbetert, die zich door genade daarin oefent. Wij hebben soms mensen, die in andere opzichten van heel weinig aanzien waren, met verwondering bekeken. Die heel schitterende versielsels van hun belijdenis en uitnemende voorbeelden van christelijkheid in al de sieraden van de heiligheid waren. Omdat ze mensen waren die veel werk maakten van bidden. 

2. Ondersteund

De kracht van het gebed blijkt volgens Erskine als tweede omdat deze christenen het meest ondersteund blijken. ‘Het gebed is een bezigheid die de heilzaamste ondersteuning geeft in verdriet of bedroefdheid. Wat de verdrukking ook is, er is kracht in het gebed, óf om die van ons weg te nemen, óf om er ons mee te verzoenen, óf om er ons goed door te doen. Daarom hebben Gods kinderen onder de beproevingen, wanneer zij hun hart in gebed uit mochten gieten, er verlichting door gevonden. Zodat zij, net als Hanna, van het gebed opstaande, er niet meer verdrietig uitzagen; en met de apostel zich mochten verblijden in de verdrukking. Dit deed die bijzondere man, mr. Dod, zeggen, dat die alleen aan deze zijde van de hel ellendig was, die in verdrukking was, en niet kon bidden. 

3. Gewapend

De kracht van het gebed blijkt volgens Erskine als derde omdat deze christen gewapend is tegen de aanslagen en verzoekingen van de boze. ‘Onze Heere vermaant ons te waken en te bidden, opdat wij niet in verzoeking komen. De christen, die waakt en bidt, is dan ook gewapend. En wanneer de verzoeker komt, namelijk de engel van de satan, om hem met vuisten te slaan; dan is hij voor de strijd gereed. Evenals Paulus, die hierover de Heere driemaal bad, opdat hij van hem zou weggaan. Daarom wordt de plicht van het gebed aanbevolen als een groot deel van de wapenrusting van een christen: ‘Doet aan de gehele wapenrusting Gods’ (Ef. 6: 11, 18). En aan de andere delen die hij hier noemt, voegt hij dit toe: ‘biddende te aller tijd.’ 

Dit deel van de wapenrusting wordt het laatst genoemd, omdat het al de overige gespt; en wij de andere delen van de wapenrusting van God zonder gebed niet kunnen gebruiken. Het schild van het geloof, het zwaard van de Geest, de helm van de zaligheid, zullen bij aanval of verdediging, niet aan hun doel beantwoorden, tenzij wij bidden met bidden en smeken. Zoals het gebed de christen wapent, zo ontwapent het de tegenpartij. Het breekt de kracht van de aanval en verijdelt zijn listen. Als de duivel iemand aanvalt, die in het verborgen bidt, dan valt hij hem aan onder het onmiddellijk gezicht van God. En wat kan de gelovige meer tot de strijd bezielen dan de overweging, dat hij onder het oog is van Hem, die over de strijd oordeelt en het zal vergelden? Daarom is het een vaste stelling, óf dat het gebed ons de zonde zal doen loslaten, óf dat het zondigen ons het bidden zal doen nalaten. Indien de zonde de overhand heeft, zal zij het gebed vernietigen. Of tot een dode vorm terugbrengen. Maar indien het gebed de overhand behoudt, zal het de zonde neerwerpen. En de wereld, het vlees en de duivel overwinnen. Wij hebben de strijd tegen de overheden en machten op onze knieën te voeren. 

4. Gelukkig

De kracht van het gebed blijkt volgens Erskine als vierde omdat deze christen gelukkig is, ook wat zijn deel in de wereld betreft. ‘Want het gebed heiligt al het tijdelijk genot. ‘Want alle schepsel Gods wordt geheiligd door het woord Gods en door het gebed.’ (1 Tim. 4: 5). Het brengt een zegen op alles wat wij genieten. Voedsel, gezondheid, woning, logies, betrekkingen en gezinnen. Het vermeerdert de aangenaamheid en het genieten van deze dingen; en het geeft duizenden onuitsprekelijke voorrechten die biddeloze personen en gezinnen niet kennen. Van wie de tafel, al is die nog zo goed gedekt, een strik en een val zullen blijken te zijn. Van wie de korf en baktrog, van wie kudden, en troepen, en velden, het ingaan en uitgaan, alle vervloekt zijn. De biddende ziel heeft veel verfrissingen van het leven met Gods goedertierenheid, die beter is dan het leven. Zodat alle genadegaven, die zij ontvangt, naar de hemel smaken en een reuk afgeven van God, die ze haar gaf.’

Leestip: Veertien preken over het gebed, Ralph Erskine (W.A. de Groot, Goudriaan). 

Luister deze blog als podcast

Lees verder over dit onderwerp

Ben je werkelijk een christen?

‘Van aangezicht tot aangezicht met de gekruisigde Heiland, mocht ik de God van de genade ervaren. En wel op zo’n...