Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Luister de podcast

dinsdag 31 mei

Ryle: Een gesprek bij een waterput (1)

Volgens J.C. Ryle is de ontmoeting van Jezus met een Samaritaanse vrouw bij een waterput, één van de meest belangrijke en leerzame gebeurtenissen die Johannes beschrijft. Het toont ons hoe Jezus omging met een vrouw die een zondig leven leidde.

Vraag

Jezus begint het gesprek niet met een verwijt, hij confronteert de vrouw niet allereerst met haar zonden. Hij vraagt haar om een gunst. Ryle: ‘Direct zegt Hij tot haar: “Geef Mij te drinken.” Hij wacht niet, totdat zij tot Hem spreekt. Hij begint niet met haar zonden te bestraffen, ofschoon Hij ze ontwijfelbaar kende. Hij opent het gesprek met een gunst te vragen. Hij nadert de ziel van de vrouw met het onderwerp van water, dat haar gedachte nu het meeste innam. Eenvoudig als dit verzoek moge schijnen, opende het de deur tot een geestelijk gesprek. Het wierp een brug dwars over de golf, die tussen haar en Hem lag. Het leidde tot de bekering van haar ziel.

Het gedrag van onze Heere hier ter plaatse behoort zorgvuldig herinnerd te worden door allen, die het welzijn van de gedachteloze en geestelijk – onwetenden willen behartigen. Het is te vergeefs, te wachten, dat zulke mensen vrijwillig tot ons komen en kennismaking beginnen te zoeken. Wij moeten beginnen met hen, en moeten tot hen gaan in de geest van beleefde en vriendelijke toenadering. Het is te vergeefs te verwachten, dat zulke personen op ons onderwijs zich zullen voorbereiden, en dadelijk zien en erkennen de wijsheid van alles wat wij doen. Wij moeten wijs te werk gaan. Wij moeten de beste toegangen tot hun hart bestuderen, en de meest geschikte middelen, om hun aandacht te bepalen. Er is een aanrakingspunt in iedere ziel en het moet ons voornaamste doel zijn, om dat aan te vatten. 

Boven alles moeten wij vriendelijk in onze manieren zijn, en ons wachten te tonen, dat wij ons bewust zijn van onze meerderheid. Als wij onwetenden mensen laten gevoelen, dat wij denken dat wij hun een grote gunst bewijzen door met hen over godsdienst te spreken, is er weinig hoop hun zielen goed te doen.

Barmhartigheid

Als tweede wijst Ryle op Jezus’ barmhartige houding: ‘Hij zegt aan de Samaritaanse vrouw, dat, indien zij dit gevraagd had, “Hij haar levend water zou gegeven hebben.” Hij kende het karakter van de persoon voor Hem volkomen goed. Toch zegt Hij: “als zij begeerd. had, zou Hij gegeven hebben.” Hij zou het levend water van genade, barmhartigheid en vrede gegeven hebben.

De oneindige gewilligheid van Christus, om zondaren aan te nemen, is een gouden waarheid, die in onze harten behoort gegrift te worden, en anderen ijverig moet worden ingeprent. De Heere Jezus is veel meer bereid om te horen, dan wij zijn om te bidden, en veel meer genegen om gunsten te schenken, dan wij zijn om ze te vragen. De hele dag lang strekt Hij Zijn handen uit tot de ongehoorzame en tegenstrevende. Hij heeft gedachten van medelijden en ontferming over de diepst – gezonken zondaar, zelfs wanneer die niet aan Hem denkt. Hij staat te wachten, om barmhartigheid en genade de slechtste en onwaardigste te schenken, als die slechts tot Hem roept. Hij zal nooit die welbekende belofte terugtrekken: “Bidt en u zal gegeven worden, zoekt en gij zult vinden.” De verlorenen zullen op de jongsten dage ontdekken, dat zij niet hadden, omdat zij Met vraagden.

Dorst en water

Als derde wijst Ryle op de gaven van Christus die zoveel meer waarde hebben dan alles in deze wereld: ‘Onze Heere zegt tot de Samaritaanse vrouw: “Die van dit water drinkt, zal weer dorsten, maar die van het water drinkt, dat Ik hem zal geven, zal in eeuwigheid niet dorsten.”

De waarheid van de stelling, hier uitgesproken, kan aan alle zijden gezien worden door allen, die niet verblind zijn door vooroordeel of liefde tot de wereld. Duizenden mensen hebben iedere tijdelijke goede zaak, die het hart maar kan wensen, en zijn toch moe en onvoldaan. Het is nu, zoals het reeds in Davids tijd was: “Daar zijn velen, die zeggen: Wie zal ons het goede doen zien?” (Ps. 4: 6). Rijkdom en rang en betrekking en macht en geleerdheid en vermaken zijn uiterst ongeschikt, om de ziel te bevredigen. Hij, die alleen van deze wateren drinkt, is zeker, weer dorst te hebben. 

Iedere Achab vindt een wijngaard dicht bij zijn paleis en iedere Haman ziet een Mordechaï aan de poort. Daar is geen voldoening voor het hart in deze wereld, aleer zij in Christus geloven. Jezus alleen kan de ledige plaatsen van onze inwendige mens vervullen. Jezus alleen kan aanhoudend en duurzaam geluk geven. De vrede, die Hij mededeelt, is een fontein, die, eenmaal in de ziel vloeiend gemaakt, tot alle eeuwigheid stroomt. Zijn wateren kunnen hun eb en vloed hebben; maar het zijn levende wateren, en zij zullen nooit geheel opdrogen.

In een volgend blog behandelen we het vierde punt dat Ryle waarneemt in deze geschiedenis, de overtuiging van zonde; het vijfde punt, het nutteloze van godsdienstige vormendienst; en het zesde punt dat Ryle waarneemt, Christus’ gewilligheid om zichzelf aan een zondaar te openbaren. 

Luister deze blog als podcast

Lees verder over dit onderwerp

Ds. W.L. Tukker over bekering (1)

Aan de hand van Zondag 33 van de Heidelbergse Catechismus legde ds. W.L. Tukker (1909-1988) uit wat bekering is. Hij...