Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Luister de podcast

woensdag 1 juni

Ryle: Een gesprek bij een waterput (2)

‘Ga heen, roep uw man’, zei Jezus tegen de vrouw. Hij confronteerde haar met zonden uit het verleden en heden. Volgens J.C. Ryle werd haar geweten als met een pijl geraakt. 

Besef van schuld

Nadat J.C. Ryle bij zijn uitleg van Jezus’ ontmoeting met een vrouw bij een waterput aandacht gaf aan de vraag en houding van de Zaligmaker, richt hij zich op de reactie van de vrouw. 

Ryle: ‘Wij moeten ten vierde opmerken de volstrekte noodzakelijkheid van de overtuiging van zonde, voordat een ziel tot God bekeerd kan worden. De Samaritaanse vrouw schijnt betrekkelijk onbewogen geweest te zijn, voordat onze Heere haar overtreden van het zevende gebod haar voorstelde. Die doordringende woorden: “Ga heen, roep uw man,” schijnen haar geweten als een pijl doorstoken te hebben. Vanaf dat ogenblik, hoewel onkundig, spreekt zij als een ernstige, oprechte onderzoekster van de waarheid. En de reden is duidelijk: zij voelde, dat haar geestelijke ziekte ontdekt was. Voor de eerste keer in haar leven zag zij zichzelf.

Onnadenkende mensen tot deze toestand van de ziel te brengen, moet het belangrijke doel zijn van alle onderwijzers en leraars van het Evangelie. Zij behoren zorgvuldig hun Meesters’ voorbeeld hier na te volgen. Voordat ieder mens er toe gebracht is, zijn zondigheid en nood te gevoelen, kan hem geen werkelijk goed gedaan worden. Voordat een zondaar zichzelf ziet, zoals God hem ziet, zal hij voortgaan zorgeloos, babbelend en onbewogen te zijn. Door alle middelen moeten wij trachten de onbekeerde te overtuigen van zonde, zijn geweten te doen kloppen, zijn ogen te openen, om hem zichzelf te doen zien. Tot dat doel moeten wij de lengte en breedte van Gods heilige wet voorstellen. 

Met dat doel moeten wij iedere praktijk in strijd met de wet, hoe fatsoenlijk en gewoon ook, veroordelen. Dit is de enige weg, om goed te doen. Nooit zal een ziel de waarde van het geneesmiddel van het Evangelies op prijs stellen, voordat zij haar ziekte gevoelt. Nooit zal iemand enige schoonheid in Christus als Zaligmaker zien, voordat hij ontdekt, dat hij zelf een arm en verloren zondaar in zichzelf is. Onbewustheid van zonde gaat onveranderlijk vergezeld van verwaarlozing van Christus.’

Vormendienst

Uiterlijke godsdienst zonder dat we er innerlijk op betrokken zijn, is volgens Ryle nutteloos: ‘Toen de Samaritaanse vrouw tot geestelijke onrust opgewekt werd, wierp zij vragen op over de vergelijkbare verdienste van de Samaritaanse en Joodse wijze van de aanbidding van God. Onze Heere zegt haar, dat de ware en aannemelijke aanbidding niet afhangt van de plaats waar zij gebracht wordt, maar van de toestand en het hart van de aanbidder. 

Hij verklaart: “De ure komt, wanneer gij noch op deze plaats, noch te Jeruzalem de Vader zult aanbidden.” Hij voegt erbij, dat “de ware aanbidders in geest en in waarheid zullen aanbidden.”

Het beginsel, in deze woorden neergelegd, kan nooit te sterk in herinnering gebracht worden bij belijdende Christenen. Wij zijn allen van nature geneigd, om de godsdienst tot een enkele zaak van uitwendige vormen en ceremoniën te maken, en een uiterst gewicht te hechten aan onze bijzondere manier van de aanbidding van God. Wij moeten ons voor deze geest wachten, en vooral als wij eerst beginnen ernstig aan onze zielen te denken. Het hart is de voorname zaak in al onze toenaderingen tot God. “De Heere ziet het hart aan” (1 Sam. 16: 7). 

De prachtigste kathedraal is beledigend in Gods oog, als alles koud, harteloos en zonder genade toegaat. De kleinste vergadering van drie of vier arme gelovigen in een hut, om de Bijbel te lezen en te bidden, is een meer behaaglijk gezicht voor Hem, die het hart doorzoekt, dan de grootste gemeente, die ooit te Rome in de St. Pieterskerk vergaderd is.’ 

Bereid

Tenslotte wijst Ryle op de bereidheid van Christus om Zichzelf te openbaren aan zondaren: ‘Hij besluit zijn gesprek met de Samaritaanse vrouw door haar openlijk en zonder voorbehoud te zeggen, dat Hij de Zaligmaker van de wereld is. “Ik ben het, die met u spreek,” zegt Hij. Ik ben de Messias. Nergens in al de Evangeliën vinden wij, dat onze Heere zo’n volkomen bekentenis aflegt van Zijn natuur en ambt, als Hij hier doet. En deze bekentenis, laten we dat in gedachten houden, werd niet gedaan aan wijze Schriftgeleerden, of nette Farizeeërs, maar aan één, die tot op die dag een onwetende, onnadenkende en onzedelijke persoon was!

Het omgaan met zondaren, zoals deze, vormt een van de grote bijzonderheden van het Evangelie. Wat het voorbijgaande leven van een mens ook was, er is hoop en een geneesmiddel voor hem in Christus. Als hij alleen maar gewillig is, om Christus’ stem te horen en te volgen, is Christus gewillig, hem dadelijk aan te nemen als een vriend, en aan Hem de ruimste mate van genade en barmhartigheid te schenken. De Samaritaanse vrouw, de moordenaar aan het kruis, de stokbewaarder, de overste van de tollenaren, Zacheüs, zijn allen voorbeelden van Christus’ bereidwilligheid, om barmhartigheid te geven, en om volkomen en onmiddellijke vergeving te schenken. 

Het is Zijn roem, dat Hij, gelijk een groot dokter, het ondernemen wil, zulken te genezen, die ogenschijnlijk ongeneeslijk zijn, en dat niemand, te slecht is voor Hem, om die lief te hebben en te genezen. Laat deze dingen in onze harten leven. Wat wij ook betwijfelen, laat ons nooit twijfelen dat Christus’ liefde voor zondaars de kennis te boven gaat, en dat Christus even gewillig is zondaars te ontvangen, als Hij machtig is te redden.

Wijzelf

Wat zijn wij zelf? Dit is ten slotte de vraag, welke onze aandacht eist. Wij kunnen tot nu toe zorgeloos, onnadenkend, zondig als de vrouw geweest zijn, van wie wij de geschiedenis gelezen hebben. Maar er is nog hoop. Hij, die met de Samaritaanse vrouw bij de put sprak, leeft nog aan Gods rechterhand, en verandert nooit. Laat ons slechts vragen, en Hij zal ons “levend water geven.”

Luister deze blog als podcast

Lees verder over dit onderwerp

Ds. W.L. Tukker over bekering (1)

Aan de hand van Zondag 33 van de Heidelbergse Catechismus legde ds. W.L. Tukker (1909-1988) uit wat bekering is. Hij...