Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Luister de podcast

dinsdag 20 december

Spurgeon over Christus in de kribbe (1)

De kamers in de herberg waren alle bezet; er bleef geen andere schuilplaats over dan de stal. En zo werd dan in deze stal de Koning geboren, en in de kribbe gelegd. Jezus Christus, de Zoon van God. 

Kribbe

Charles Haddon Spurgeon (19de eeuw) vraagt zich in een kerstpreek af waarom Jezus in een kribbe moest worden gelegd. Hij legt dit als volgt uit: ‘Ik denk dat dit ook heeft moeten gebeuren om Zijn vernedering aan te tonen. Overeenkomstig de profetie is Hij gekomen om “veracht en de onwaardigste van de mensen te zijn, een man van smarten, en verzocht in krankheid”. Hij moest “zonder gedaante of heerlijkheid wezen” “een wortel uit een dorre aarde”. Het zou onbehoorlijk zijn geweest als de man, die naakt aan een kruis moest sterven, bij Zijn geboorte met purper en fijn lijnwaad bekleed zou worden. Zou het niet ongepast zijn geweest als de Verlosser, die in een geleend graf begraven moest worden, ergens anders dan onder het nederigste dak geboren zou worden? De kribbe en het kruis, de beide uitersten van het aardse leven van de Heiland, zijn helemaal in overeenstemming met elkaar. 

Nederig

Tijdens Zijn leven op aarde moet Hij het kleed van de inwoners van Galilea dragen. Hij moet de Metgezel worden van vissers. De nederigen en onaanzienlijken zullen Zijn discipelen worden. Vaak zal het koude gebergte Hem tot een slaapplaats dienen. Hij verklaarde: “Vossen hebben holen, en vogels van de hemel nesten, maar de Zoon des mensen heeft niets, waar Hij het hoofd neer kan leggen”. Niets was dus meer geschikt, dan dat Hij in de tijd van Zijn vernedering, toen Hij Zijn heerlijkheid had afgelegd en de gestalte van een dienstknecht had aangenomen, in een kribbe zou worden gelegd. En daarmee werd Hij tot Koning van de armen verklaard. 

Ongetwijfeld konden die, zoals zij Hem zagen, Zijn verwantschap met hen herkennen. Ik geloof, dat de teerste liefde in het hart van de herders werd opgewekt, toen de engel tot hen zei – “Dit zal u het teken zijn, u zult het kind vinden in doeken gewonden, en liggende in de kribbe”. Koninklijke staatsieklederen wekken geen liefde in het hart van de armen; maar een man, die net als zij het eenvoudige kleed van de armoede draagt, boezemt hen vertrouwen in. Arbeiders zullen met grote standvastigheid een leider uit hun midden volgen! Zij stellen vertrouwen in hem, omdat hij hun zwoegen kent, hun smarten begrijpt, en belang stelt in hun wedervaren. 

Hulpeloos

Grote legeraanvoerders hebben het hart van hun soldaten ingewonnen door hun ontberingen te delen. De Koning der Mensen, die te Bethlehem geboren werd, leidde in Zijn jeugd het gewone leven van de armen. Ja, Zijn lot was nog zwaarder dan het hunne. Mij dunkt, ik hoor de opmerkingen van de herders terwijl zij daar aan de kribbe staan. “Hij zal dus niet wezen als de tiran Herodes,” zegt de een, “Hij zal zich de kribbe herinneren en een hart hebben voor de armen”. Arm, hulpeloos Kind, ik voel nu al liefde voor Hem in mijn hart; wat een koud onthaal biedt de wereld haar Zaligmaker! Heden is geen Caesar geboren; Hij zal onze velden niet laten vertreden door Zijn legerbenden; Hij zal onze kudden niet slachten voor Zijn hovelingen; Hij zal de Vriend zijn van de armen, de Heerser van het volk. Naar het woord van onze herder-koning “zal Hij de ellendigen van het volks richten, de kinderen der nooddruftigen verlossen”. 

Laag

Ongetwijfeld hebben de herders, en die hen gelijk zijn – de armen van de aarde – direct aangevoeld dat zij hier een Koning uit het volk zagen; edel in afkomst, maar toch, zoals Hij door de Heere werd genoemd “een verkorene uit het volk”. Grote Vredevorst! de kribbe was Uw koninklijke wieg! Daarin werd U aan alle volken voorgesteld als de Vorst van ons geslacht, voor Wiens aangezicht geen barbaar of Scyth bestaat, geen dienstknecht of vrije; maar U bent Heere van allen. Koning van de aarde! uw goud en zilver zou aan Zijn voeten zijn gelegd, indien u de Heere der heerlijkheid had gekend, maar omdat u Hem niet kende, werd Hij aangewezen om een Getuige en Gebieder der volken te zijn. Hetgeen niets is, zal onder Hem, hetgeen iets is te niet maken. En het verachte dat God verkoren heeft, zal onder Zijn leiding, de macht, de hoogheid en de majesteit van de menselijke grootheid verbreken. 

En verder: door in een kribbe te liggen, heeft Hij als het ware de nederigsten genodigd tot Hem te komen. Wij zouden kunnen sidderen bij de gedachte om tot een troon te naderen, maar wij kunnen niet bang zijn om tot deze kribbe te gaan. 

Dit is een fragment uit een kerstpreek van Charles Haddon Spurgeon, uitgegeven door st. Tabernakel in 1998. Wil je de hele preek lezen? Zie tabernakel.nl

Luister deze blog als podcast

Lees verder over dit onderwerp

J.C. Ryle over de hemel (4)

O, wat is onze lichte verzoeking wanneer we die vergelijken met een eeuwigheid als deze? We moeten ons schamen wanneer...