Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Luister de podcast

maandag 31 mei

De goede Herder stelde Zijn leven voor de schapen

In Jezus’ tijd op aarde trof Hij huurlingen aan. Mensen die hun eigen belang zochten, boven dat van de kudde. Christus vormde niet alleen een tegenstelling tot de huurlingen, maar ook de overtreffende trap van alle aardse goede herders. Hij legde namelijk Zijn leven af voor de schapen. 

Farizeeën

Zojuist had Jezus een confrontatie met de farizeeën. Hij genas een blindgeboren man, maar de farizeeën accepteerden het wonder niet. De Joodse leiders wierpen de genezen man uit de tempel. Waar Jezus iemand zocht, vond en genas, stelden zij hun eigen belangen boven het wonder. Zij toonden zich huurlingen ten opzichte van de goede Herder. Dat maakt Jezus duidelijk in Joh. 10: 1-21. Allereerst richt Hij zich tot de farizeeën (vers 1-6) en vervolgens tot al de omstanders (7-21). Een boodschap die hen onderling verdeelde.

In Ezechiël 24 waarschuwde de profeet tegen herders die alleen hun eigen belang zagen. ‘Mensenkind! Profeteer tegen de herders van Israël; profeteer en zeg tot hen, tot de herders: Alzo zegt de Heere HEERE: Wee den herderen Israëls, die zichzelven weiden! Zullen niet de herders de schapen weiden?’ (Ez. 34: 2). Hoe anders toont zich de goede Herder in de gelijkenis. 

Goede herder

Een herder kan met een leeuw of beer in gevecht gaan. Dan vecht hij voor zijn leven. Als hij omkomt, zijn de schapen alsnog aan de beurt. Christus macht overtreft echter die van een aardse herder. Hij kan de tegenstander aan. Eén wenk van Zijn almacht en de rover valt dood neer. Christus heeft heerschappij over leven en dood. Hij kiest uit louter genade voor het leven de dood, om de schapen te verlossen. 

Jezus legt zijn leven af voor de schapen. Hij gaf niet Zijn leven als zodanig, maar Hij stortte Zijn ziel uit voor hen. De Griekse vertaling van het Oude Testament gebruikt het woord ‘leven’ uit Joh. 10 in Jesaja 53: 12 voor ‘ziel’. Waar staat: ‘omdat Hij Zijn ziel uitgestort heeft in den dood’. Christus gaf Zichzelf. Hij ís het offer. Jezus legde Zijn leven af, om het weer op te nemen. Als Hij het niet ‘gaf’, kon het Hij het niet weer ‘opnemen’.

We zien hoe de Zoon van God Zich kromde in de dood. Hij breidde Zijn armen uit aan het kruis. Hij toonde Zijn bloedende handen rond de spijkers. Hij toonde de genadige ontferming van de Herder, Die de schapen ten koste van Zichzelf redt van de ondergang. De volle toorn van God werd in en over Hem uitgestort. De goede Herder triomfeerde over de duivel, de macht van de zonde en de dood. Nu jaagt de dood geen angst meer aan, want alles is voldaan!

Kennen

De goede Herder blijkt niet op Zichzelf te staan. Hij is één met de Vader. ‘Gelijkerwijs de Vader Mij kent, alzo ken Ik ook den Vader.’ Dit kennen heeft een diepe ondertoon in het Grieks. Het gaat om weten, bemerken en begrijpen. Een doorgaand proces. Christus maakt duidelijk dat het tussen de herder en de schapen is zoals Hij en Zijn Vader met elkaar omgaan. Zij kennen elkaar vanuit een liefdesband. Het is even intieme liefde als die tussen een man en zijn vrouw. 

Vader, Zoon en Heilige Geest hadden genoeg aan elkaar in hun onderlinge liefde. Zij waren zo één van Wezen dat zij geen anderen nodig hadden om de liefde te kunnen ervaren. Toch schiep de Heere de mens. Toen de mens viel, zond de Vader Zijn Zoon. Het is eeuwige barmhartigheid waardoor deze goede Herder vanuit de hemel naar de aarde kwam. Vaderliefde voor verloren zondaren. Onbegrijpelijke Vaderliefde, omdat Hij Zijn eigen Zoon niet spaarde. Hij gaf Hem over om verwilderde schapen te redden. Zij die verstrooid waren, thuis te brengen. 

De Heere kent en wordt gekend. In Christus’ boodschap over de goede herder blijkt dat het geen eenzijdige liefde van de Herder tot de schapen is, maar dat die liefde wederliefde oproept. Zij horen de stem van de goede Herder en volgen. De Heere toont Zich een Herder Die de Zijnen kent en Zich kennen laat. Zoals ook blijkt uit Amos 3: 2: ‘Uit alle geslachten van de aardbodem heb ik u alleen gekend.’ 

Het is deze goede Herder Die vandaag verloren schapen thuisbrengt. Onverdiend, uit genade. ‘Ik heb nog andere schapen, die van dezen stal niet zijn; deze moet Ik ook toebrengen; en zij zullen Mijn stem horen; en het zal worden een kudde, en een Herder.’ (Joh. 10: 16).

Luister deze blog als podcast

Lees verder over dit onderwerp

Navolgers van God (3)

De reuk van de offers in het Oude Testament ging op tot God. We zien dat bij het offer van Noach, na de zondvloed. ‘En...

Navolgers van God (2)

Als Paulus in Efeze 5: 2 zegt dat christenen moeten wandelen in de liefde, is dat niet een zelf opgeklopte liefde. Het...