Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

vrijdag 25 december

Geloof rust op het Woord van God

‘Het geloof richt zich op de Heere Jezus, zoals Hij Zich in Zijn Woord openbaart.’ In zijn onderwijs over de zekerheid van het geloof sluit ds. W. Vroegindeweij (1907-2002) nauw aan bij Joh. Calvijn. Hij heeft daarbij oog voor de geloofsbeleving.

Twee zijden

Als het gaat om de zekerheid van het geloof houdt ds. W. Vroegindeweij rekening met twee fronten. Enerzijds is er volgens hem sprake van angst voor ‘verstandswerk’. Vroegindeweij: ‘Zo leeft er onder ons een zeker wantrouwen tegen de volle verzekerdheid van het geloofsleven. In mijn eerste gemeente kwam dit gezegde nogal eens naar voren op huisbezoek als waarschuwing van een Godvrezende man, die al overleden was, dat het beter is duizendmaal te twijfelen dan zich één keer te vergissen.’ Die richting wil Vroegindeweij niet op. Hij wijst op de toename van het geloof. 

Anderzijds onderkent hij een groep die kritisch reageert op het bevindelijke geloofsleven. Men richt zich op het verzoeningswerk van Christus als zodanig, maar lijkt weinig oog te hebben voor het werk van de Heilige Geest. ‘Dit hebben we te geloven, dit mogen we geloven, dus doen we het ook, terwijl men in dit verband niet spreekt over het werk van God de Heilige Geest, die het uit Christus neemt en in het hart van zondaren brengt, die van zichzelf totaal ongeschikt zijn en volkomen onwillig te geloven.’ 

Wandelen door geloof

Vroegindeweij benadrukt dat er zowel aandacht nodig is voor wat in Christus klaarligt, als wat de Geest in ons werkt. ‘Want hierop legt Paulus toch zeker alle nadruk, dat Gods kinderen hier op aarde door het geloof wandelen en dat dit geloof niet een misschien is of het zou wel eens waar kunnen zijn, of misschien komt er nog wel iets van terecht, maar een vastigheid. Het geloof verbindt met de Heere Jezus, geeft gemeenschap met Christus en alles wat Hij bereid heeft. Hij blijft niet op een grote afstand van ons, je kijkt er maar niet naar met hoop en vrees, maar door het geloof woont Christus in de Zijnen.’ Vroegindeweij verwijst naar Calvijn die enerzijds spreekt over Christus die voor ons geleden heeft en anderzijds het ontvangen van Hem, zodat Hij in ons is. 

Geloof richt zich op de Heere Jezus. Vroegindeweij: ‘Het is een zich geheel toevertrouwen aan de Heiland, een volkomen rusten in Hem en met heel zijn eigen hebben en houden om zo tot vrede en rust te komen. Daar is geen oprecht geloof, tenzij wanneer wij ons met een rustig gemoed durven stellen voor Gods Aangezicht. En die vrijmoedigheid komt slechts voort uit een vast vertrouwen op Gods goedgunstigheid en zaligheid.’ De predikant onderkent dat vertrouwen en geloven alles met elkaar te maken hebben. Daarbij is het meer een zaak van het hart dan van de hersenen. We worden ingewonnen voor de Heer Jezus en dat verandert volgens Vroegindeweij ons denken en doen, willen en lopen, voelen en verlangen. 

Woord

Het geloof ontvangt zekerheid door het Woord van God. Het ontwijfelbare getuigenis. De Vader, de Zoon en de Heilige Geest zijn betrokken op de zaliging van zondaren. ‘God drie-enig is bezig in Zijn heilvol handelen om zondaren het nieuwe leven te schenken, opdat zij klaar gemaakt zullen worden voor de nieuwe hemel en de nieuwe aarde. Een blinde moet ziende gemaakt worden, wil hij het licht van de zon kunnen aanschouwen. Dat is het werk van de Heilige Geest. Zoals duidelijk wordt bij Lydia, die wordt ingewonnen voor wat haar gepreekt wordt. Vroegindeweij: ‘Zij wordt er werkzaam mee en komt tot overgave en vindt in dit werk rust. Dit is het doel van het werk van de Geest door het Woord om ons tot vrijmoedigheid te brengen, dat we op de Heere vertrouwen, al spreekt alles er tegen.’ 

De Heilige Geest maakt gebruik van het Woord, zodat we niet leven bij gevoelens maar bij de vastheid van Gods beloften. ‘Daar kun je vast van op aan, dat we in eigen gevoeligheid en in eigen gestalten nooit grond zullen vinden tot een hartelijk vertrouwen. Het geloof brengt zijn eigen gevoeligheid met zich mee. Brengt ook allerlei werkingen en ondervindingen mee. Het gaat niet buiten ons mensen om, ook niet buiten het gevoelsleven. Maar het gaat niet om de zekerheid van het gevoelsleven, maar van het geloof. En de Geest brengt juist tot het leven op grond van de Goddelijke beloften, tot een voor waarachtig houden van deze toezeggingen, tot een rusten in de aanbieding van Gods heil, tot een rust in de genegenheid van God jegens zondaren, die vanuit de beloften ons toestraalt, opdat we met vrijmoedigheid toe zullen gaan tot de troon der genade. Dit is de worsteling van de Geest om ons af te brengen van onszelf en van alle gronden en grondjes, waarop we ons eeuwig huis willen bouwen, opdat we aan de beloften Gods alleen zullen hangen en hierdoor ons zullen laten leiden, opdat we getroost onze weg gaan mogen gaan, verwachtende alles in ons gemis en gebrek en armoede van onze volkomen Heiland en Zaligmaker.’ Geloof vindt al zijn steun in het Woord van God. 

Lees verder over dit onderwerp

Ds. W.L. Tukker over bekering (1)

Aan de hand van Zondag 33 van de Heidelbergse Catechismus legde ds. W.L. Tukker (1909-1988) uit wat bekering is. Hij...

Als een kind

Niet zonder reden namen ouders hun kleine kinderen op de arm, om hen naar de Heere Jezus te dragen. Er waren veel...