Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Luister de podcast

vrijdag 30 juli

Prof. W.H. Velema: een aantal handreikingen voor huisgodsdienst

Voorschriften wilde hij niet geven, wel enkele handreikingen. Dat was de reactie van prof. W.H. Velema toen hem gevraagd werd om toerusting te geven over huisgodsdienst. Het dienen van de Heere in het gezin. Wat voor gezin hebben we het dan over? Velema: ‘Wat is voor u een christelijk gezin? Dat is een gezin waarin Christus het Hoofd is en waar God gediend wordt.’

Christus aan het hoofd

Toerusting over huisgodsdienst gaat over die momenten in het gezinsleven waarin opvoeders nadrukkelijk aandacht vragen voor het dienen van de Heere. In een artikel in het Gereformeerd Weekblad ging prof. W.H. Velema hier in 2005 nader op in. Velema sprak daarbij de vooronderstelling uit dat deze ouders zich bewust zijn van hun positie. Niet zij staan aan het hoofd, maar de Heere. ‘Het gezinsleven staat onder Christus’ heerschappij. De ouders gaan daarin de kinderen voor. Christus heeft het voor het zeggen. Er wordt gevraagd naar Zijn wil en naar Zijn woord.’ Verwijzend naar Psalm 78 en Deuteronomium 6 liet Velema zien dat ouders de opdracht meekrijgen om kinderen in woord en daad voor te gaan.‘ 

Woord en daad

Volgens Velema gaat het bij een christelijke opvoeding niet alleen om wat we doen. ‘Ik wil er de nadruk op leggen, dat het christelijk karakter van een gezin niet enkel of zelfs allereerst bestaat in een manier van doen, maar vooral in een manier van zijn. Komt in onze levenshouding uit dat we Christus toebehoren? Dat bepaalt de sfeer en de gesprekken, onze houding en heel ons doen en laten. De eerbied voor God, zoals dat zo prachtig uitgedrukt wordt in de oudtestamentische uitdrukking: de vreze des Heeren. Hiermee wordt uitgedrukt dat ouders met hun kinderen verlangen de Heere te dienen en zich aan Zijn heerschappij te onderwerpen. En dat niet maar voor de vorm, maar als een van God af te smeken werkelijkheid. En dat met woord en daad, in zijn en doen.’

Praktisch betekent dit volgens Velema dat gezinnen aan tafel samen uit de Bijbel lezen. Het gebed geeft ruimte voor voorbede, zodat allerlei zaken aandacht krijgen. Een christelijk gezin dient volgens Velema een biddend gezin te zijn. In de drukte van het gezinsleven waarin allerlei zaken aandacht vragen pleit Velema voor één vaste maaltijd waarbij in elk geval alle gezinsleden mee-eten en samenkomen voor Bijbellezen en gebed. 

Gesprek

Wat we horen uit de Bijbel staat niet los van het dagelijks geleefde leven. ‘Maak de kinderen attent op bepaalde woorden of een bepaalde tekst uit het gelezen Schriftgedeelte. Een korte aanwijzing of onderstreping kan zich in de gedachten van ieder van de gezinsleden vastzetten.’

Daarbij pleit Velema nadrukkelijk voor het voeren van gesprekken in het gezin, maar ook tussen ouders en kinderen persoonlijk. Velema: ‘Ik besef dat er niet elke dag een gesprek aan tafel mogelijk is. Toch is het goed er samen op uit te zijn. Kinderen kunnen de ervaringen van de dag – van welke aard ook – delen aan tafel: in de hoop dat ze dat willen doen. Hierin zit iets van de vertrouwelijkheid en de geborgenheid van het gezin.

Uit zo’n gesprek aan tafel kan ook de gedachte voortkomen op een later tijdstip met een van de kinderen eens apart te praten. Een zaterdagse of zondagse wandeling zou daarvoor geschikt kunnen zijn. Ik zie de maaltijd als ontmoetingspunt voor het gezinsleven en daarmee tegelijk als concentratiepunt daarvan. Laat een gesprek daarbij niet gedwongen of geforceerd zijn. Het moge zoveel mogelijk in een ontspannen sfeer plaats vinden.’ 

Leestip: Twee artikelen van prof. W.H. Velema over huisgodsdienst, Gereformeerd Weekblad 2005. 

Luister deze blog als podcast

Lees verder over dit onderwerp

Gebed voor onze kinderen

‘Wij moeten onze kinderen tot Christus brengen door voor hen te bidden, als degenen, die Hem Zijn toevertrouwd.’...