Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Luister de podcast

vrijdag 4 juni

Vertrouwen koesteren in plaats van schaden

Wie het vertrouwen van een kind schendt, loopt volgens dr. J. Waterink (1890-1966) het risico dat de kostbare vaas van de ouder-kindrelatie schade oploopt. Waterink: ‘Kinderlijk vertrouwen is teerder dan een vaas van het meest kostbare porcelein. Het is wel te lappen, te lijmen en te krammen misschien, maar de breuk blijft zichtbaar en voelbaar.’ 

Waterink

Toen dr. J. Waterink als zeventigjarige afscheid nam als hoogleraar van de Vrije Universiteit te Amsterdam kon hij terugkijken op een vruchtbaar leven. Hij was predikant en naderhand hoogleraar in de pedagogiek. Waterink hield zich bezig met de vorming van zondagschool- en jongerenwerkers. Zowel voor het basisonderwijs als het voortgezet onderwijs betekende Waterink veel als het gaat om christelijke vorming van kinderen en jongeren.  

Voor hem hadden opvoeden en onderwijzen alles met elkaar te maken. Thuis en school dienden elkaar dus onderling aan te vullen. Leerkrachten in het onderwijs maakte hij bewust van hun opvoedende taak: ‘Elk gebaar, elke intonatie, iedere straffende blik, ieder afkeurend woord, iedere goedkeurende glimlach, heeft een pedagogische strekking.’ Onderwijzen heeft dus alles te maken met opvoeden. ‘Men zou het zo kunnen stellen: wie onderwijst, voedt op, en wie opvoedt, kan dat alleen, als hij ook onderwijst. Maar zo begrijpen wij ook het spraakgebruik van de Schrift, die door elkaar voor “onderwijzen” en “opvoeden” dezelfde woorden gebruikt, en zo verstaan wij, waarom de Schrift spreken kan van: “liefhebben met het verstand” en “kennen met het hart”.’ (De betekenis van Waterink in onze tijd, drs. D. Vogelaar, pag. 49). 

Vertrouwen verliezen

De vertrouwensband tussen kind en opvoeder is volgens Waterink van groot belang. Hij had de gave om door middel van sfeerbeelden uit de dagelijkse opvoedpraktijk zijn punt te maken. Dat doet hij bijvoorbeeld ten aanzien van kinderlijk vertrouwen, in zijn boek ‘Opdat zij het licht zien.’ 

Waterink: ‘Er zijn veel ouders, die met het vertrouwen van hun kinderen spelen, als met een waardeloos ding. Ze pakken het aan, vinden het een ogenblik hun aandacht waard, kijken er even naar, om het dan weg te gooien, ruw en hard.’ Hoewel men dat volgens Waterink wellicht helemaal niet zo bedoeld. Het gebeurt veelal onbewust. 

De pedagoog gebruikt daarbij het voorbeeld van een jongetje dat als stoer ventje van alles durft, maar bang is voor de hond die in het huis naast de bakker woont. Als hij naar de bakker moet voor een boodschap, huilt hij. Zijn vader begrijpt het niet en vraagt wat er is. Het jongetje antwoordt: ‘Ja, vader, in dat huis naast de bakker is zo’n grote hond… ik durf niet.’ Tot zover gaat het goed. Pas ’s avonds gaat vader de mist in. Er is bezoek en het jongetje moet naar bed. In bijzijn van het bezoek grapt vader over de angst van zijn zoontje, voor een hond. Volgens Waterink dreigt vader hier iets kapot te maken. Waarom? 

Vertrouwen houden

Wie zich inleeft in het kind, beseft dat die hond werkelijk angst oproept. In gedachten ziet Waterink het kleine jongetje dicht langs de muur langs het beest schuifelen om vervolgens hard weg te rennen. Met deze angst wist hij zich veilig bij zijn ouders. Hij durfde ermee voor de dag te komen. Maar nu wordt hij ermee te kijk gezet. Waterink: ’t Kindje, dat in momenten van hulpbehoevendheid altijd het eerst aan u denkt – dat is een godsgeschenk, dat het zó is, – dat kind moest nu zoeken om bescherming tegen u. En vond die niet, dan in boosheid ten opzichte van u. en het had reden om zich af te wenden van uw vaderhart.’ 

Het vertrouwen van kinderen in hun ouders is haast onbeperkt. Waterink roept ouders op om voorzichtig te zijn met dit vertrouwen. Het hart van hun kind te peilen. Opdat het zich niet naar je sluit. Christelijke opvoeding is niet enkel het voorhouden van waarheden, het wordt gekenmerkt door het verlangen om de toegang tot elkaars hart open te houden. Dat schept volgens Waterink tevens de ruimte om te spreken over het ‘vertrouwen in Hem Die eeuwig trouw houdt.’ 

Leestip: Opdat zij het licht zien, dr. J. Waterink (Zomer&Keunings, Wageningen, 1934). 

Luister deze blog als podcast

Lees verder over dit onderwerp

Gebed voor onze kinderen

‘Wij moeten onze kinderen tot Christus brengen door voor hen te bidden, als degenen, die Hem Zijn toevertrouwd.’...