Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Luister de podcast

vrijdag 14 januari

De woestijn zal bloeien als een roos

Jesaja had de opdracht om oordeel aan te kondigen. Waarbij hij tegelijkertijd de almacht van de Heere verkondigde. Alleen aan Gods voeten zou men vrede vinden. Er wachtte een hoopvolle toekomst. 

Woestijn

Allerlei volken zochten in Jesaja’s tijd hun eigen voordeel, ten koste van anderen. De Heere laat dit niet onbeantwoord. Jesaja moest oordelen afkondigen, tegen de volken en Israël. Er klonken echter ook hoopvolle woorden. Er zou weer een bloeitijd komen. Israël werd niet alleen verlost van de overheersing door andere volken, maar ook van hun eigen zondige bestaan. 

De Heere kan het meest vruchteloze gebied tot bloei brengen. Dat blijkt in Jesaja 35, waar de profeet verkondigt dat er een bloeitijd komt. Vanwege Gods ontferming en genade. Als Johannes vol met vragen in de gevangenis zit, wijst Jezus hem op de vervulling van beloften uit de profetieën van Jesaja. De doven horen, de blinden zien, de verlamden lopen. Zijn lijden en sterven brengt verlossing en verzoening, in een wereld verloren in schuld. 

Bloeitijd

J.J.L. ten Kate vertaalde rond 1830 een Frans lied uit het Zwitserse Réveil. Het kwam uit een liedbundel van César Malan (1787-1864). De Réveilbeweging zag uit naar geestelijke herleving. Vandaar dat dit lied niet alleen uitdrukking geeft aan de woorden van Jesaja 35, maar ook het verlangen vertolkt naar geestelijke herleving in kerk en wereld. 

De dorre vlakte der woestijnen
zal zich verblijden eindeloos;
de zandzee zal herschapen schijnen,
want bloeien zal zij als een roos.
Van heil’ge vreugde zal zij beven,
doortinteld van een heerlijk leven,
dat nimmermeer verwelken zal.
Zij zal de wonderen des Heeren
aanschouwen en zijn grootheid eren
met jubelend triomfgeschal.

Versterkt dan nu de slappe handen,
en zet hem vast, de wank’le voet!
Zegt tot wie zucht in pijn en banden:
“Wees sterk, vrees niet, heb goede moed!”
De Redder nadert ten gerichte;
van zijn aanbidd’lijk aangezichte
straalt waarheid en barmhartigheid.
Hij zal u leiden en vergelden,
de boeien breken, die u knelden,
Hij, die u uit het diensthuis leidt.

Dan ziet het oog des blindgeboren’
uw schepping in haar zomergloor;
dan dringen tot des doven oren
uw goddelijke woorden door.
De kreup’le zal van vreugde springen,
de sprakeloze tong zal zingen,
hosanna’s meng’lend tot Uw lof;
en stromen levend water spreiden
hun zilv’ren beekjes door de heiden,
zo fris als eens in Edens hof!

Waar eens vergeefs verdwaalden zochten
is nu een welbereide baan,
waarop des Heeren vrijgekochten
bij duizenden naar Sion gaan.
Zij voelen zich van Gods geslachte,
verstomd is nu de laatste klachte,
en alle kommer weggevloon!
Zij jubelen in blijde reien,
zij kronen ‘t hoofd met groene meien,
een eeuw’ge blijdschap is hun kroon.

Luister deze blog als podcast

Lees verder over dit onderwerp

Gedichten als stem van het hart

‘Het slaken van een ademtocht, het vallen van een traan, de blik naar boven van een oog, door God-alléén verstaan.’...