Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Luister de podcast

vrijdag 9 april

Ds. A. van der Zwan over de Marrowmen

Als jong predikant zag Thomas Boston op de vensterbank een boekje liggen, bij iemand die hij bezocht. Hij mocht het meenemen en las het. Dit boek betrof ‘Het merg van het Evangelie’ van Edward Fisher. Het maakte diepe indruk. 

Merg

Thomas Boston werd gegrepen door de inhoud van Fishers’ ‘Merg van het Evangelie’. Ds. Van der Zwan stelt dat hij daardoor heel helder inzicht kreeg in de betekenis van Gods wet, zowel voor hen die nog niet bekeerd waren als voor hen die God van harte dienden. Van der Zwan: ‘Dat boekje droeg in het Engels de titel “The Marrow of Modern Divinity”. Als ik dat heel vrij vertaal dan gaat dat boekje over het merg, de kern, het hart van het Evangelie. Dat boekje was toen de jonge Thomas Boston het las al meer dan vijftig jaar oud. Het was indertijd tussen 1645 en 1649 in twee delen uitgegeven door de schrijver, een zekere meneer Edward Fisher. Die behalve een kapsalon ook een boekhandel in Londen dreef. En dat boekje ging in op de verhouding tussen de wet en het evangelie.’ 

Wet en evangelie

Fisher gaf helderheid, te midden van veel onduidelijkheid in het denken over de verhouding van wet en evangelie. Van der Zwan: ‘De boodschap kwam er kortweg op neer dat Fisher een duidelijke scheiding wilde aanbrengen tussen de wet zoals die werkt in het werkverbond en de wet zoals die werkt in het genadeverbond.’ 

In het boek van Fisher vraagt iemand hoe hij de Heere Jezus kan leren kennen. Enkele buurmannen spreken daar met hem over. Zij vertegenwoordigen elk een stroming van denken, zoals die op dat moment in Schotland bestond. Bijvoorbeeld meneer Nomista, die het houden van de wet vooropstelt. Een ander neemt een tegenovergestelde positie in. Hij heet Antinomista. Die wil met de wet niet meer van doen hebben. Tussen de verschillende betrokkenen komt een gesprek op gang, wat de lezer inzicht geeft in de diverse opvattingen. Fisher geeft via dit gesprek onderwijs over de juiste verhouding van de wet en het evangelie, in het komen tot Christus, maar ook het leven na ontvangen genade.  

Van der Zwan: ‘Fisher maakt in dat boek vanuit de Schrift duidelijk dat het Evangelie aan de zondaar geen enkele voorwaarde stelt om tot Christus te komen. Ook zondekennis en berouw, hoewel ze normaal gesproken door de Heere gebruikt worden om een mens uit te drijven en bij de Heere Jezus te brengen zijn geen voorwaarden, zegt Fisher. Zij mogen dat in de prediking ook niet worden.’ 

Geloof

Wet en evangelie, eis en belofte, worden nogal eens door elkaar gehaald. Van der Zwan: ‘Want hoewel wij mensen van dat verbond der werken dat verbroken is, niets goeds te verwachten hebben; toch heeft ieder mens van huis uit – en u moet dat in uw eigen leven maar nagaan – een wettische inslag. Wij houden er immers van om iets te doen voor onze zaligheid. Al was het alleen maar door berouw te tonen, door zelf te strijden tegen bepaalde zonden, al heb je dan geen genade. En mensen proberen daardoor meer in aanmerking te komen voor de genade. Boston zegt daarover: “Het grootste probleem in ons komen tot Christus is niet onze ongerechtigheid, maar onze eigengerechtigheid.” Eén van de belangrijkste dingen die daarom in uw en mijn leven moet gebeuren – en steeds weer moet gebeuren – is dat wij het afleren om ook maar voor een deel op de wet te hopen of op onszelf te vertrouwen. Weet u wat dan zo wonderlijk is? Als de Heere een mens gaat leren dat zelfvertrouwen en dat hopen op de wet af te leren, dat de Heere daar de wet zelf ook nog voor wil gebruiken. 

De Heilige Geest gebruikt namelijk die harde wet die nooit tevreden is, die altijd blijft eisen, als een stok om ons naar Christus te slaan. Ik citeer Boston uit zijn boek over het genadeverbond: “Hij zegt: de wet is onze tuchtmeester om ons tot Christus te brengen en in die weg maakt het geloof in de wet plaats voor het geloof in het evangelie. Niet dat het geloof in de vloek en de dodende kracht van de wet de voorwaarde is van ons welkom bij Christus. Onze toegang tot Hem wordt vrij afgekondigd. Zonder dat enige voorwaarden of hoedanigheden van ons gevraagd worden. Nee, wij worden als zondaren gemachtigd, door het evangelie, om in Christus te geloven. Alleen, het geloof in de wet is noodzakelijk om ons te bewegen, ons op te wekken, om gebruik te maken van die vrije toegang tot de Heere Jezus. Anders zal nooit tot Christus komen. Nooit iemand het verbond omhelzen.’ 

Een dokter kan afkondigen dat alle zieken van het dorp naar hem toe mogen komen om genezing. Alleen zij die beseffen ziek te zijn, zullen echter komen. 

Luister hier de volledige lezing van ds. A. van der Zwan. Wil je meer weten over de Marrowmen? Luister deze uitzending van de PuriteinenPodcast.

Luister deze blog als podcast

Lees verder over dit onderwerp

Gedichten als stem van het hart

‘Het slaken van een ademtocht, het vallen van een traan, de blik naar boven van een oog, door God-alléén verstaan.’...